Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Kalkoen
Kalkoen | Meleagris gallopavo
Wild Turkey | Bimbo
De kalkoen is hier geen boerderijdier maar een verwilderde vogel van ruig weiland, vooral op het Nieuw-Zeelandse Noordereiland. Hij is de grootste hoenderachtige van het gebied: donker, breed en langpotig, met een kale blauwrode kop. De vogels stammen van vee dat vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw is losgelaten of weggelopen.
Geluid
Het mannetje kollert in de broedtijd: een luide, snel afrollende reeks gorgelende noten, gobbel-obbel-obbel, die over een kilometer te horen is en waarmee hij op ook plotseling geluid reageert — een dichtslaand portier is genoeg. Daarnaast maakt hij bij het pronken een diep, trillend gedreun dat je eerder voelt dan hoort. De hen roept een zacht, aanhoudend toek-toek en bij onraad een scherp gekakel.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Richardson Nature Center, Hennepin, Minnesota, United States · xeno-canto
Herkenning
Negentig tot honderdtwintig centimeter, een zware, hoogpotige vogel met een lange nek en een brede, waaierbare staart. Het kleed is dof bruinzwart met een metaalglans, met fijne dwarsbanden en een lichte staartrand. De kop en de bovenhals zijn kaal en wrattig, blauwgrijs met rode lellen; bij het mannetje zwellen die in de baltstijd op tot fel blauw en rood, en van de borst hangt een stugge haarbundel. De hen is kleiner, doffer en heeft een bevederder kop. Hij loopt liever dan hij vliegt, maar vliegt bij verrassing zwaar en snel het bos in.
Verwarringssoorten
Het helmparelhoen (Numida meleagris) is half zo groot, leigrijs en over het hele lijf met witte parels bezaaid. De Australische boskalkoen (Alectura lathami) van het oostelijke Australische bos is kleiner en gitzwart, met een gele halskwab en een staart die rechtop en zijdelings platgedrukt wordt gedragen — niet gewaaierd. De pauw (Pavo cristatus), plaatselijk eveneens verwilderd, is onverwisselbaar zodra de staart in beeld komt. Een groep kalkoenen op een weiland is op afstand vooral aan het formaat en de hoge poten te herkennen.
Leefgebied
Ruig, verwaarloosd weiland met verspreide bomen en met struweel of bosrand ernaast: dat is zijn terrein. Hij zoekt overdag op het gras en langs akkerranden naar zaad, vrucht en insecten, en slaapt 's nachts op hekpalen en in bomen, wat hem in de schemering zichtbaar maakt. Ook jonge dennenaanplant en manuka-opslag horen erbij. Gesloten inheems bos en kaal, intensief beweid grasland gebruikt hij nauwelijks.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Van huis uit Noord-Amerika, van Mexico tot in Canada. In Nieuw-Zeeland zijn er vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw dieren losgelaten en ontsnapt — de vroegst bekende uitzetting was op Kawau — en nu zit hij verspreid over het laagland van het Noordereiland, in de Marlborough Sounds, plaatselijk in het oosten van het Zuidereiland en op eilanden als Waiheke en Great Barrier. In Australië is het beeld magerder: kleine verwilderde troepen op enkele eilanden voor de zuidkust, onder meer Kangaroo Island, en verspreid in zuidoostelijk boerenland, nergens talrijk.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk in de late namiddag naar de open weiden en de hekken langs een landweg in het Noordereilandse heuvelland; de troepen komen dan uit de dekking en lopen in de zon. Ze zijn schuw en houden ruim afstand van een auto die stopt, dus blijf zitten en kijk door het zijraam. Van augustus tot november pronkt het mannetje met opgezette veren en gespreide staart op een open plek, en dan is het kollerende geroep van ver te horen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC); in Noord-Amerika is de soort na een instorting rond 1900 met uitzettingen weer op peil gebracht. In Nieuw-Zeeland is de stand niet geteld, maar de vogel is er wijdverbreid en zeker niet zeldzaam; hij wordt bejaagd en op sommige plaatsen als landbouwplaag gezien. Van schade aan inheemse vogels of vegetatie is niets aangetoond, al ligt zijn eten deels op dezelfde grond als dat van de weka.
Wetenschappelijke naam
Meleagris gallopavo | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Meleagris Gallopavo en het geslacht is nooit veranderd, zodat auteur en jaartal zonder haakjes staan. Meleagris is de klassieke Griekse naam voor het parelhoen; de vroege auteurs haalden de twee Afrikaanse en Amerikaanse vogels door elkaar, en de naam bleef aan de verkeerde hangen. gallopavo is Latijn gallus, 'haan', met pavo, 'pauw', naar de gewaaierde staart. Als typelocatie geldt Mexico, omdat de tamme vogel Europa vanuit Mexico bereikte.



