Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Kermadecstormvogel
Kermadecstormvogel | Pterodroma neglecta
Kermadec Petrel | Fardela negra de juan fernández
De kermadecstormvogel is de stormvogel die zich niet aan één verenkleed houdt: er bestaat een lichte, een donkere en een reeks tussenvormen, en ze vliegen door elkaar in dezelfde kolonie. Wat alle vormen deelt zijn een gedrongen bouw, een korte staart en witte schachten op de bovenkant van de handpennen.
Geluid
Op zee is hij solitair en stil. Boven de kolonie klinkt een explosief, bijna kokhalzend juk-ker-a-oe-oe-wuk, dag en nacht, want anders dan de meeste stormvogels komt deze soort ook overdag aan land.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een stevige stormvogel van achtendertig centimeter met een zware, korte zwarte snavel, lange spitse vleugels en een korte, recht afgesneden staart. De lichte vorm heeft een lichte kop en witte onderdelen met een grijsbruine kap en mantel; de donkere vorm is vrijwel geheel bruingrijs; de tussenvorm heeft een middelbruine kop en bovenborst met een witte keel en witte onderdelen. Alle vormen hebben donker grijsbruine vleugels met een lichte flits nabij de vleugelpunt op de ondervleugel, en — bij elk kleed hetzelfde — opvallend witte schachten van de handpennen op de bovenvleugel, wat op afstand als een lichte streep in de vleugelpunt zichtbaar is. De vlucht is krachtig en zwaar, met trage slagen en hoge zwenkingen; hij achtervolgt geregeld andere zeevogels om ze hun prooi afhandig te maken.
Verwarringssoorten
De salvins-stormvogel (Pterodroma heraldica) is de moeilijkste: die heeft eveneens kleurvormen, maar is nooit lichtkoppig en mist de witte handpenschachten op de bovenvleugel. De Solanders stormvogel (Pterodroma solandri) is grijzer, met een licht, gekapt ogend gezicht en een slankere bouw. De langvleugelstormvogel (Pterodroma macroptera) is geheel donker maar groter en langstaartiger, met een grijs gezicht rond de snavelbasis en zonder de witte schachten. Op afstand kan een donkere vogel op een jager (Stercorarius) lijken: die vliegt directer en krachtiger met regelmatige diepe slagen en heeft vaak verlengde middelste staartpennen. Vergis je ten slotte niet in de naam: de kermadec-witnekstormvogel (Pterodroma cervicalis) heet naar dezelfde eilanden maar is een grotere, strak zwart-wit getekende vogel met een brede witte nekband en een scherp begrensde zwarte kap, kenmerken die de kermadecstormvogel in geen enkele vorm bezit.
Leefgebied
Warme, subtropische open oceaan boven diep water. Hij broedt anders dan de meeste verwanten niet in een gegraven hol maar in een ondiepe kuil of tussen rotsblokken aan de oppervlakte, op begroeide hellingen, kliffen en kale rotseilandjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen dit gebied broedt hij op de Kermadeceilanden, op Balls Pyramid in de Lord Howe-groep en op Phillip Island bij Norfolk; verder in de Grote Oceaan en in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Op Raoul Island was hij tussen 1920 en 1967 door verwilderde katten en ratten vrijwel verdwenen. Op zee zwerft hij over de subtropische Grote Oceaan en wordt hij zelden voor de Nieuw-Zeelandse of Australische vastelandskust gezien; wie hem in dit gebied wil tegenkomen, moet naar de subtropische eilanden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Norfolk en Lord Howe zijn de beste plekken: vanaf de kliffen bij Phillip Island en rond Balls Pyramid zijn de vogels het hele jaar boven de kolonie te zien, en ze komen anders dan de meeste stormvogels ook bij daglicht binnen. Beoordeel eerst de bovenvleugel: de witte handpenschachten staan er in elk kleed en in elke kleurvorm. Bij een donkere vogel op zee zonder die schachten is voorzichtigheid geboden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met een wereldpopulatie van honderdvijftig- tot tweehonderdduizend vogels verdeeld over veel eilanden — juist die spreiding maakt de soort minder kwetsbaar dan haar buren op de Kermadecs. Waar ingevoerde roofdieren wel voet aan de grond kregen was de klap groot: op Raoul Island verdween de kolonie vrijwel volledig door katten en ratten, en die zijn tussen 2002 en 2006 verwijderd. Op Phillip Island bij Norfolk herstelde de vegetatie en daarmee de broedvogel nadat konijnen eind jaren tachtig van het eiland waren gehaald. Dat de vogel op de grond en overdag broedt maakt hem voor elk ingevoerd roofdier bijzonder makkelijk te vinden.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma neglecta | (Schlegel, 1863)
De Duits-Nederlandse zoöloog Hermann Schlegel beschreef de soort in 1863 als Procellaria neglecta; omdat ze sindsdien in een ander geslacht staat, gaan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, uit het Grieks voor 'vleugel' en 'loper'. neglecta is Latijn voor 'over het hoofd gezien': tussen de vele sterk gelijkende Pacifische stormvogels was de soort lang niet als apart herkend, en haar kleurvormen hielpen daar niet bij. De typelocatie luidt 'de Kermadec- en Sunday-eilanden'; Sunday Island was toen de gangbare naam voor Raoul, het grootste eiland van de Kermadecgroep, zodat beide namen naar dezelfde archipel verwijzen.

