Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Lord Howe-ral
Lord Howe-ral | Gallirallus sylvestris
Lord Howe Woodhen | Rascón de Lord Howe
De Lord Howe-ral is een vliegloze, olijfbruine bosral die alleen op Lord Howe-eiland voorkomt en daar een van de bekendste reddingsverhalen van de vogelbescherming schreef: van een twintigtal vogels op twee bergtoppen naar meer dan vijftienhonderd over het hele eiland. Hij is nieuwsgierig en vrijwel niet schuw, en komt op geluid af in plaats van weg te lopen.
Geluid
Paren laten een luide, hoge en doordringende reeks schreeuwen horen die om beurten wordt overgenomen, zodat het klinkt als één aaneengesloten roep; het geluid draagt door de bosgangen en is vooral bij dageraad en schemering te horen. Tussen partners en met de jongen klinken zachte grommende en piepende contactgeluiden. Een ongewoon geluid in zijn territorium — een piepje, geritsel — brengt hem eerder dichterbij dan dat het hem verjaagt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een forse, vliegloze ral van tweeëndertig tot tweeënveertig centimeter en ruwweg vierhonderdvijftig tot zeshonderd gram, met een korte staart en een zware, omlaag gebogen snavel. Het kleed is dof olijfbruin, iets valer en grijzer op kop en keel, zonder banden op de onderzijde; alleen de vleugels dragen kastanjebruin met donkere dwarsbanden, wat vooral zichtbaar wordt als hij de vleugel strekt. Snavel en poten zijn vleeskleurig tot grijsroze, de iris is helder rood. Mannetjes zijn ongeveer vijftien procent zwaarder dan vrouwtjes. Hij vliegt niet en loopt met korte, afgemeten stappen over de bosbodem.
Verwarringssoorten
Op hetzelfde eiland leeft de geelbandral (Gallirallus philippensis), zijn naaste verwant op het vasteland: kleiner, wél vliegend, met een witte wenkbrauwstreep, een oranjebruine borstband en een scherp zwart-wit gebandeerde onderzijde — het effen olijfbruine kleed van de Lord Howe-ral sluit verwarring meteen uit. De weka (Gallirallus australis) is eveneens vliegloos en oppervlakkig gelijkend, maar veel groter en zwaarder en komt uitsluitend in Nieuw-Zeeland voor. De mangroveral (Gallirallus castaneoventris) is groter, kastanjebruin van onder en leeft in tropische mangrove van Noord-Australië.
Leefgebied
Bos van het hele hoogtebereik van het eiland: het kentiapalmbos van de laaglanden, gemengd subtropisch regenwoud in vochtige, beschutte ravijnen, en de bemoste nevelwouden op de toppen van Mount Gower en Mount Lidgbird tot rond de achthonderdvijftig meter. Hij foerageert in de strooisellaag onder dicht kronendak en mijdt open grasland. Sinds de bevolking groeit, loopt hij ook door de tuinen, het kampeerterrein en de erven van de nederzetting.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen op Lord Howe-eiland, ruim zeshonderd kilometer ten oosten van de Australische kust; het bezette areaal beslaat nog geen twee vierkante kilometer. Nergens anders ter wereld komt de soort voor, ook niet op het nabijgelegen Ball's Pyramid of op Norfolkeiland. Binnen het eiland was hij tot in de jaren tachtig beperkt tot de twee zuidelijke bergtoppen; nu zit hij over vrijwel het hele hoofdeiland, met uitzondering van de noordelijke heuvels.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop de bospaden bij Little Island en de aanloop naar Mount Gower, of gewoon de randen van de nederzetting, en blijf staan waar de strooisellaag dik is; hij komt vaak binnen enkele minuten kijken wat het geluid was. Laat hem naar je toe komen in plaats van hem achterna te lopen, en houd honden aangelijnd — die zijn een van de weinige overgebleven bedreigingen. Zoek in de vroege ochtend, als het paar nog roept.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN), en tegelijk een van de best gedocumenteerde herstelverhalen ter wereld. Jacht, verwilderde varkens, katten, honden en geiten drukten de soort terug tot ongeveer twintig vogels op de toppen van Mount Gower en Mount Lidgbird in het begin van de jaren zeventig. Een kweekprogramma tussen 1980 en 1984 leverde ruim tachtig uitgezette vogels op, tegelijk met het verwijderen van varkens, geiten en katten, waarna de bevolking zich rond de tweehonderd stabiliseerde — de toenmalige draagkracht van het eiland. Het rattenbestrijdingsprogramma van 2019, dat ruim tien miljoen Australische dollar kostte, gaf de doorslag: van 208 vogels in 2019 naar 598 in november 2021, 778 in maart 2022 en meer dan vijftienhonderd in december 2024. De soort blijft kwetsbaar door haar uiterst kleine areaal; predatie door zwarte rat, maskeruil en loslopende honden en aanrijdingen zijn de resterende risico's.
Wetenschappelijke naam
Gallirallus sylvestris | (Sclater, 1870)
Philip Lutley Sclater beschreef de soort als Ocydromus sylvestris, gelezen in 1869 en verschenen in het deel van de Proceedings of the Zoological Society of London dat in 1870 uitkwam; omdat ze later naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallirallus werd in 1841 ingevoerd door Lafresnaye, uit Latijn gallus, 'haan', en rallus, 'ral'; moleculair onderzoek plaatst de soort tegenwoordig ook wel in Hypotaenidia. sylvestris betekent 'van het bos'. De typelocatie is Lord Howe-eiland zelf.


