Alle soortenStormvogelachtigenNoordelijke stormvogeltjes › Madeirastormvogeltje

Madeirastormvogeltje | Hydrobates castro

Band-rumped Storm Petrel | Paíño lomibandeado

Het madeirastormvogeltje is een stormvogeltje van warm, diep water dat in Australische en Nieuw-Zeelandse wateren dwaalgast is. Hij broedt op eilanden in de Atlantische Oceaan en in de tropische Stille Oceaan, en de weinige vogels die hier opduiken worden vrijwel altijd op een pelagische tocht gezien of na een cycloon uit koers geraakt.

Madeirastormvogeltje (Hydrobates castro)
Foto: USFWS - Pacific Region — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

In dit gebied is hij een vogel om te zien en niet om te horen: op zee zwijgt hij. Bij de kolonies, alle buiten dit gebied, geeft hij in de nacht boven de broedhelling een schril, piepend tjie-tjie-tjierr en uit het hol een snorrend gepurr. Wie dat geluid in Australië of Nieuw-Zeeland meent te horen, heeft vrijwel zeker een andere soort.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een middelgroot stormvogeltje van negentien tot eenentwintig centimeter, bruinzwart met een vage, smalle vale band over de bovenvleugel en een spanwijdte van ruim veertig centimeter. De witte stuitband is smal, recht afgesneden en gelijkmatig van breedte, en loopt maar een klein stukje op de zijkant van de onderstaartdekveren door. De staart is licht ingesneden, wat op zee vaak recht lijkt, en de poten steken niet voorbij de staartpunt uit. Man en vrouw zijn gelijk. De vlucht is opvallend rustig voor een stormvogeltje: lange, vlakke glijvluchten op iets gebogen vleugels, meer als een kleine pijlstormvogel dan als een fladderende zwaluw.

Verwarrings­soorten

Dit blok is bij deze soort de kern van de waarneming. Het wilsonstormvogeltje (Oceanites oceanicus) heeft een bredere, tot ver op de flanken doorlopende stuitband, een recht afgesneden staart, uitstekende poten met gele zwemvliezen en een huppelende vlucht met de vleugels in een V. Het vaal stormvogeltje heeft een duidelijk gevorkte staart, een V-vormige stuitvlek die vaak in het midden gedeeld is, een veel contrastrijker vale vleugelband en een schokkerige, van de koers afwijkende vlucht. De Fregetta-soorten hebben een witte buik. Fotografeer elk verdacht stormvogeltje: staartvorm, stuitvorm en vleugelband zijn samen beslissend en met het blote oog zelden alle drie te zien.

Leefgebied

Warm oceaanwater buiten de rand van het continentaal plat, waar hij solitair of in kleine groepjes vist en zelden een schip volgt. Ondiepe kustwateren en koud water ten zuiden van de subtropische convergentie mijdt hij. Van land is hij hier alleen te zien na een tropische storm die vogels de kust op drijft.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

De broedplaatsen liggen op de Berlengas, de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden en Sint-Helena in de Atlantische Oceaan, en in de Stille Oceaan bij Japan, op Hawaï en op de Galápagos; de vogels broeden er in twee gescheiden seizoenen, wat de groep taxonomisch ingewikkeld maakt. In dit gebied broedt hij niet en is hij dwaalgast; de gevallen liggen verspreid over de warme wateren voor Oost- en Noordwest-Australië en het noorden van Nieuw-Zeeland. Hoeveel gevallen er precies zijn aanvaard, verschilt per commissie en per land, en het aantal loopt op naarmate er meer pelagisch wordt gevaren en gefotografeerd.

  • Zomergast (broedt hier niet)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem op een pelagische tocht boven diep water in de warme maanden, en houd bij elk stormvogeltje dat niet als wilsonstormvogeltje wegvliegt de camera erop. Beoordeel de staart pas als de vogel hem spreidt: gesloten lijkt een licht ingesneden staart recht, en juist dat verschil scheidt hem van het vaal stormvogeltje.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) op wereldschaal, met een populatie in de honderdduizenden, maar met kolonies die stuk voor stuk klein en kwetsbaar zijn. Ratten, katten en verwilderde geiten hebben verschillende eilandpopulaties teruggebracht tot vogels die alleen nog op rotsen zonder zoogdieren broeden. Lichthinder bij kolonies en het opnemen van plastic komen daarbij; voor dit gebied heeft de soort geen eigen beschermingsvraagstuk, want hij broedt er niet.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates castro | (Harcourt, 1851)

Harcourt beschreef de vogel in 1851 als Thalassidroma castro, naar materiaal van de Desertas bij Madeira; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie, van het Griekse hudro-, water, en -bates, loper — naar de vogel die over het water lijkt te lopen. castro is geen Latijn maar Portugees: roque de castro is de naam die de eilandbewoners van Madeira voor de vogel gebruiken. De Nederlandse naam verwijst naar diezelfde typelocatie.