Alle soortenStormvogelachtigenNoordelijke stormvogeltjes › Japans stormvogeltje

Japans stormvogeltje | Hydrobates matsudairae

Matsudaira's Storm Petrel | Paíño de Matsudaira

Het japans stormvogeltje is het grootste egaal donkere stormvogeltje dat in dit gebied kan opduiken: bijna een kwart meter lang, met lange smalle vleugels, een diep gevorkte staart en een trage, zwierige vlucht die eerder aan een kleine jager dan aan een stormvogeltje doet denken. Hij broedt uitsluitend op de Japanse Vulkaaneilanden en trekt daarna de evenaar over naar de Indische Oceaan; in Australische wateren is hij een zeldzame dwaalgast.

Geluid

Op zee zwijgt hij, en elk geval uit deze regio komt van zee, dus geluid speelt bij de herkenning hier geen rol. In de kolonie op Minami-Iwo-jima, waar de vogels alleen in het donker aankomen, klinkt uit de holen een laag purrend geratel en daarbovenop een kort, hoog en gehaast geroep. Buiten de broedeilanden is de soort in de praktijk stom.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Vierentwintig tot vijfentwintig centimeter bij een spanwijdte van zo'n zesenvijftig: veel groter en zwaarder dan de andere donkere stormvogeltjes. Het kleed is zwartbruin, met een brede lichtbruine tot beige carpaalband over de bovenvleugel die als een halve maan naar de vleugelbasis wijst. Het beslissende kenmerk zit in de handpennen: de schachten aan de basis van de buitenste handpennen zijn zuiver wit en vormen samen een duidelijke lichte vlek of vlaag op de vleugel, die op enige afstand als een lichte flits zichtbaar blijft. De staart is lang en diep gevorkt, de snavel zwart en betrekkelijk fors. De vlucht is traag en soepel, met diepe slagen en lange, hoge glijstukken — bijna jagerachtig, niet het fladderen dat je bij een stormvogeltje verwacht.

Verwarrings­soorten

Het chinees stormvogeltje (Hydrobates monorhis) is de belangrijkste tegenspeler: een kwart kleiner, sneller en onrustiger van vlucht, en zonder de opvallende witte schachtvlek — daar blijft het bij een dunne, van dichtbij zichtbare streep. Bulwers stormvogel (Bulweria bulwerii) is eveneens groot, donker en langstaartig en vliegt ook laag en zwierig, maar heeft een wigvormige, spits toelopende staart in plaats van een gevorkte, en mist de witte schachten. Het wilson stormvogeltje (Oceanites oceanicus) is veel kleiner en heeft een brede witte stuitband. Verwarring met de wat noordelijker levende tristrams stormvogeltje (Hydrobates tristrami) speelt in deze regio niet, maar in de literatuur wordt dat onderscheid juist op de witte schachten gelegd, die tristrams vogel mist.

Leefgebied

Volle zee boven diep water, meestal ver buiten het continentaal plat. In het niet-broedseizoen leeft hij in de tropische en equatoriale Indische Oceaan, waar hij kleine inktvisjes, kreeftachtigen en lantaarnvisjes van het oppervlak pikt, vaak boven opwellend water. Broeden doet hij op steile, rotsachtige vulkaanhellingen op eilanden zonder mensen, in holen tussen puin en begroeiing. In het gebied van deze gids is hij uitsluitend een vogel van de open oceaan.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster van deze gids alleen dwaalgast. De meting voor deze gids (GBIF, 2015–2024) levert vijftien gevallen op, alle in Australische wateren en beperkt tot twee van de tien gemeten jaren — dus zeldzamer en onregelmatiger dan het chinees stormvogeltje. Voor Nieuw-Zeeland is er buiten die meting één gedocumenteerd geval: een aangespoelde dode vogel op Maukatia Bay aan de westkust bij Auckland, 27 mei 2022. Omdat het overwinteringsgebied in de Indische Oceaan ligt, zijn de Australische gevallen vooral te verwachten in de noordwestelijke wateren.

Waar en wanneer kijken

Alleen te verwachten op een pelagische tocht boven diep water, en dan meestal vanuit West-Australië of de Timorzee. Zoek naar een groot, donker, langvleugelig stormvogeltje dat met opvallend trage slagen langs het schip komt en daarbij hoger boven het water blijft dan de kleinere soorten. Let op de lichte vlaag in de handpenbasis: dat is het kenmerk dat op een foto het snelst uitsluitsel geeft, en het is bij tegenlicht juist goed te zien.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), en dat komt bijna volledig door de omvang van het broedgebied: de soort broedt zover bekend alleen op Minami-Iwo-jima en mogelijk Kita-Iwo-jima in de Japanse Vulkaaneilanden. Een populatie die op één of twee eilanden staat, kan door één gebeurtenis worden weggevaagd: ingevoerde ratten, een vulkaanuitbarsting, of menselijk gebruik van het eiland. Minami-Iwo-jima is voorlopig roofdiervrij en streng beschermd, en daar hangt het lot van de soort aan. Daarnaast spelen op zee bijvangst en plastic mee. In Australische wateren is de vogel te schaars om iets van een trend te laten zien.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates matsudairae | (Kuroda, 1922)

Kuroda beschreef de soort in 1922 en vernoemde haar naar de Japanse ornitholoog markies Yorikata Matsudaira; omdat de soort daarna van Oceanodroma naar Hydrobates verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton matsudairae is dus een eerbetoon en heeft geen beschrijvende betekenis. Het type komt uit de Japanse wateren; de enige zekere broedplaats ter wereld ligt op de Vulkaaneilanden ten zuiden van Iwo Jima. De Nederlandse gidsnaam wijst naar dat broedgebied, de Engelse en de Spaanse naar Matsudaira zelf.