Alle soortenStormvogelachtigenZuidelijke stormvogeltjes › Nieuw-caledonisch stormvogeltje

Nieuw-caledonisch stormvogeltje | Fregetta lineata

New Caledonian Storm Petrel | Paíño de Nueva Caledonia

Het nieuw-caledonisch stormvogeltje is de jongste soort in deze gids: pas in 2022 hersteld als geldige soort, op grond van vijf museumbalgen en foto's van vogels op zee. Hij is een klein, zwart-wit stormvogeltje met een opvallend gestreepte witte buik, en hij is een van de weinige zeevogels ter wereld waarvan de broedplaats nog altijd niet gevonden is. In Australische wateren is hij een zeldzame dwaalgast.

Nieuw-caledonisch stormvogeltje (Fregetta lineata)
Foto: Jacob Crisp — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Onbekend. Er is nooit een roep van deze soort beschreven, want alle waarnemingen komen van zee, waar de vogels zwijgen, en de kolonie is nooit gevonden. Naar analogie van de andere Fregetta-soorten mag je in de kolonie een zacht kirren en een aanhoudend gepiep uit nestholten verwachten, maar dat is een gissing en geen waarneming — dit is een van de weinige soorten in deze gids waarbij het geluid domweg niet bestaat in de literatuur.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een Fregetta-stormvogeltje van naar schatting negentien tot eenentwintig centimeter, groter dan het nieuw-zeelands stormvogeltje. Kop, hals, keel en bovenborst zijn zwartbruin, de bovendelen zwartbruin met een groenige of grijzige glans, en de bovenstaartdekveren vormen een witte U. De onderborst, buik en flanken zijn wit met een kenmerkende, in rijen geplaatste ovale zwartbruine vlekstreping, het dichtst op de flanken — vandaar het epitheton lineata, 'gestreept'. De ondervleugel heeft een brede zwartbruine voorrand en daarbinnen een betrekkelijk smal, niet echt schoon wit paneel. De vlucht is die van het geslacht: laag en zwenkend, met afwisselende voetafzetten waardoor de vogel over de golven lijkt te wandelen.

Verwarrings­soorten

Dit is een verwarring die de wetenschap zelf anderhalve eeuw niet heeft opgelost, en de gebruiker moet dat weten. Het nieuw-zeelands stormvogeltje (Fregetta maoriana) is de naaste dubbelganger: kleiner, korter van vleugel en poot, met fíjnere streping en een breder, schoner wit ondervleugelpaneel. Het witbuikstormvogeltje (Fregetta grallaria) heeft juist een schone witte buik, of hooguit onregelmatige losse vlekjes — nooit de consequente rijen strepen van deze soort. Het zwartbuikstormvogeltje (Fregetta tropica) heeft geen streping maar één brede zwarte middenstreep over de buik. In de praktijk: alleen een scherpe foto van de onderzijde brengt hier uitsluitsel, en zelfs de beschrijvers steunden voor het onderscheid met maoriana vooral op zes maten aan balgen, niet op veldkenmerken.

Leefgebied

Volle zee boven diep water. De vogels worden gezien in de Koraalzee en de omringende tropische en subtropische wateren, waar ze laag over het oppervlak foerageren. Het broedhabitat is onbekend: de kolonie is nooit gevonden. Het enige aanknopingspunt is een jonge vogel die op 26 september 2014 op het vasteland van Nieuw-Caledonië werd aangetroffen, wat sterk wijst op een broedplaats in de bergen van dat eiland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster van deze gids een dwaalgast van de Australische oostelijke wateren. De meting voor deze gids (GBIF, 2015–2024) levert tweeëndertig gevallen op, alle in Australië en verdeeld over drie van de tien jaren; uit Nieuw-Zeeland is niets bekend. De eerste waarnemingen op zee dateren van 2008, voor zuidelijk Nieuw-Caledonië, en sindsdien is de soort daar en voor de Australische oostkust herhaaldelijk gezien. Een van de vijf bekende balgen werd in 1973 voor Brisbane verzameld; de andere komen van Samoa (1839) en de Marquesaseilanden (1922) en het holotype uit de Stille Oceaan.

Waar en wanneer kijken

Realistisch gezien alleen te verwachten op een pelagische tocht in de Koraalzee of ver voor de kust van Queensland en noordelijk Nieuw-Zuid-Wales. Behandel elke gestreepte Fregetta als een fotogeval: maak zoveel mogelijk beelden van de onderzijde en van de ondervleugel, want daar zit alles. Noteer de plaats nauwkeurig; de belangrijkste bijdrage die een waarnemer aan deze soort kan leveren is een reeks goed gedateerde en gepositioneerde meldingen, want die helpen het broedgebied te vinden.

Staat van instandhouding

Onvoldoende gegevens (DD) bij de IUCN — en dat is hier geen geruststelling maar een bekentenis. De beschrijvers schatten de wereldstand op honderd tot duizend paren en noemen de soort zelf 'waarschijnlijk al ernstig bedreigd'. Ze is niet uitgestorven: er worden sinds 2008 met enige regelmaat vogels op zee gezien. Maar zolang de broedplaats niet gevonden is, kan er letterlijk niets worden beschermd: er valt geen rat uit te roeien, geen kat weg te vangen, geen hek te zetten. Dat maakt het vinden van de kolonie — vermoedelijk hoog in het binnenland van Nieuw-Caledonië — tot de meest urgente natuurbeschermingsvraag rond deze soort, en de auteurs van de beschrijving formuleren dat ook zo.

Wetenschappelijke naam

Fregetta lineata | (Peale, 1849)

Titian Peale beschreef de vogel in 1848 als Thalassidroma lineata, naar materiaal van de Amerikaanse Verkenningsexpeditie; omdat de soort nu in Fregetta staat, gaan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton lineata betekent 'gestreept' en slaat op de rijen vlekstrepen op de buik. Ruim anderhalve eeuw lang werd het type als een afwijkend exemplaar van een andere soort afgedaan — er is zelfs een apart geslacht Pealea voor zulke 'Pealea-vormen' bedacht — en twijfel over de vindplaats van het type deed de rest. Pas Bretagnolle, Flood, Gaba en Shirihai herstelden de soort in 2022 in het Bulletin of the British Ornithologists' Club, waarbij ze de balgen aan foto's van de vogels bij Nieuw-Caledonië koppelden. Alle drie de gidsnamen verwijzen naar dat eiland, hoewel het broedgebied daar nog niet met zekerheid is aangetoond.