Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Purperkoet
Purperkoet | Porphyrio porphyrio
Purple Swamphen | Calamón común
De purperkoet is de grootste en opvallendste ral van het gebied: donkerblauw en paars, met een zware rode snavel die in een breed voorhoofdschild overloopt en met lange rode poten waarmee hij over drijvende planten stapt. In Nieuw-Zeeland heet hij pukeko en staat hij langs vrijwel elke natte wegberm; hij broedt er in groepen waarin meer mannetjes en soms twee vrouwtjes samen één nest vullen.
Geluid
De roep is een luide, doordringende kie-ouw, die van ver over het moeras draagt en waarmee groepsleden elkaar de hele dag aanroepen. Daarnaast klinkt een laag, kloekend gepraat wanneer vogels bij elkaar staan te eten, en bij ruzie een reeks scherpe, krijsende uithalen. Komt er een kiekendief over, dan gaat er een schrille, aanhoudende alarmschreeuw op waarop het hele gezelschap in de dekking verdwijnt.
Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Área Metropolitana de Sevilla (near Isla Mayor), Sevilla, Andalucía, Spain · xeno-canto
Herkenning
Een grote ral van 44 tot 48 cm die door zijn hoge poten en lange tenen groter oogt dan hij is. Kop, hals, borst en buik zijn diep blauw tot paars, met een donkere, zwartige rug en vleugel; de snavel is groot, rood en zwaar en loopt door in een breed rood schild over het voorhoofd. De poten zijn oranjerood, de tenen buitensporig lang. Onder de staart zit een witte vlek die de vogel bij het lopen onophoudelijk opwipt. Jonge vogels zijn doffer, grijsbruin en hebben een donkere snavel.
Verwarringssoorten
De zuidereilandtakahe (Porphyrio hochstetteri) lijkt er in kleur sterk op maar is veel zwaarder, kan niet vliegen, heeft een dikke, korte snavel en zit alleen in Fiordland en in beheerde reservaten — wie in Nieuw-Zeeland een 'takahe' langs de weg ziet, ziet vrijwel altijd een pukeko. Het zwart waterhoen (Gallinula tenebrosa) en de meerkoet (Fulica atra) zijn beide veel kleiner en missen het blauw. In de vlucht hangen de lange rode poten los achter het lichaam, wat de purperkoet op elke afstand vastlegt.
Leefgebied
Zoetwatermoeras met riet, lisdodde en bies is de kern, met daarnaast meeroevers, kreken, sloten, drassige weide en natte wegbermen. Hij loopt over drijvende vegetatie, klimt in het riet en trekt met één poot een rietstengel omhoog om de zoete voet op te eten — een houding die je meteen herkent. Het nest is een platform van geknikte stengels in dichte oeverbegroeiing, vaak met meerdere vogels eromheen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
In Australië gewoon in het oosten en noorden en met een eigen ondersoort in de zuidwesthoek; in Nieuw-Zeeland over beide hoofdeilanden, tot op de Chathams en de Kermadecs, en verder op Norfolk. In Nieuw-Zeeland is hij vermoedelijk pas na de Polynesische vestiging aangekomen, zo'n vijfhonderd jaar geleden, en heeft hij van de ontginning geprofiteerd. Als soort in ruime zin strekt hij zich uit van het westelijke Middellandse Zeegebied over Afrika en Azië tot in de Stille Oceaan. Trekken doet hij niet.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in Nieuw-Zeeland langs een drassige wegberm en kijk in de vroege ochtend naar de bermsloten; daar staan ze in het open gras, en dan is het witte staartsignaal van een hele familie tegelijk te zien. Let bij het foerageren op de poot die het voedsel vasthoudt — geen andere vogel van het gebied eet zo. Blijf van september tot december bij een rietkraag staan en tel de volwassen vogels bij één nest: drie tot zeven is normaal.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). De purperkoet is een van de weinige moerasvogels die van de ontginning hebben geprofiteerd: gedraineerde maar natte weide, slootkanten en wegbermen hebben zijn leefgebied uitgebreid in plaats van ingeperkt, en in Nieuw-Zeeland is hij talrijk genoeg om bejaagbaar te zijn. Het verkeer kost langs natte bermen veel vogels, en waar moerasgebieden helemaal droogvallen verdwijnt hij wel degelijk; op de balans van de soort weegt dat tot nu toe niet zwaar.
Wetenschappelijke naam
Porphyrio porphyrio | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de vogel in 1758 als Fulica porphyrio; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Porphyrio werd in 1760 ingevoerd door Brisson en gaat terug op het Griekse porphyriōn, de purperen watervogel van de klassieke schrijvers, bij porphyra, 'purperverf'. De typelocatie ligt aan de westelijke Middellandse Zee. AviList v2025b, die deze gids volgt, houdt de soort ruim; IOC en Clements splitsen de vogels van Australië en Nieuw-Zeeland af als Porphyrio melanotus, de pukeko.



