Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Zuidereilandtakahe

Zuidereilandtakahe | Porphyrio hochstetteri

South Island Takahe | Calamón takahe

De zuidereilandtakahe is de grootste nog levende ral ter wereld: een zware, vliegloze vogel van de tussockgraslanden (grasland van losse, hoge polvormende grassen, vooral in Nieuw-Zeeland) van het Zuidereiland, diepblauw met een olijfgroene rug, een massieve scharlakenrode snavel en korte, dikke rode poten. Hij gold een halve eeuw lang als uitgestorven en werd in 1948 in de Murchison Mountains teruggevonden — sindsdien is hij het gezicht van de Nieuw-Zeelandse natuurbescherming.

Zuidereilandtakahe (Porphyrio hochstetteri)
Foto: Glen Fergus — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

De alarmroep is een luide, doordringende schreeuw; vroege waarnemers vergeleken het geluid met iemand die over een lege patroonhuls fluit. Daarnaast klinkt een zacht, hoempend contactgeluid tussen partners en een gedempt boemgeluid bij onrust. De stem lijkt op die van de weka maar klinkt voller en dieper — een verschil dat bij het luisteren aan de rand van het tussockveld meteen opvalt.

Luister: RoepXC500837

Opname: Olivier SWIFT — CC BY-NC-SA 4.0 · Kapiti Island, New Zealand · xeno-canto

Herkenning

Een gedrongen ral van ongeveer een halve meter en twee tot bijna vier kilo — twee tot drie keer zo zwaar als een purperkoet. Kop, hals en onderdelen zijn diep donkerblauw met pauwblauwe glans op de schouder; rug en vleugels zijn olijfgroen tot turkoois, de onderstaart is wit. De snavel is enorm, kegelvormig en karmijnrood, met een rood voorhoofdschild dat ver op de kruin doorloopt; de poten zijn kort, dik en scharlaken. De vleugels zijn klein en worden alleen bij balts en ruzie gespreid — hij vliegt niet. Jonge vogels zijn doffer, met een zwartachtig oranje snavel en doffe rozebruine poten; de kuikens zijn gitzwart donzig met grote bruine poten.

Verwarrings­soorten

De purperkoet (Porphyrio porphyrio), in Nieuw-Zeeland pukeko genoemd, is de enige echte verwarring en staat langs elke wegberm. Hij is veel slanker en lichter, heeft een zwarte in plaats van olijfgroene rug, een veel smallere snavel en lange dunne rode poten die in de vlucht achter het lichaam bungelen. De takahe is compact, zwaar, vliegt niet en heeft een snavel als een stomp mes. Wie in Nieuw-Zeeland buiten een reservaat een 'takahe' langs de weg ziet, ziet vrijwel altijd een pukeko — en dat verschil is meer dan academisch: bij pukeko-bestrijding zijn takahe doodgeschoten, één in 2009 en vier in 2015. De weka (Gallirallus australis) is even fors en eveneens vliegloos, maar bruin en zonder enig blauw.

Leefgebied

Alpiene en subalpiene tussockgraslanden, waar hij de zetmeelrijke bladvoeten van Chionochloa-pollen en zeggen uit de pol trekt, en rode-tussockvlakten op rivierterrassen, met struweel als dekking. Bij zware sneeuwval, als het voedsel onbereikbaar is, zakt hij het zuidelijk beukenbos in en eet daar de wortelstokken van varens. Op de eilandreservaten en de nieuwe vastelandsterreinen leeft hij in herstellend weiland met verspreide struiken — een ander beeld dan het alpiene, maar met hetzelfde gras.

Verspreiding en trek

Ooit over het hele Zuidereiland; nu Fiordland, met de Murchison Mountains ten westen van het Te Anau-meer als wilde kernpopulatie, plus zeven roofdiervrije eilandreservaten — Tiritiri Matangi, Kapiti, Mana, Maud, Motutapu en Rotoroa horen daarbij — en een groeiend aantal beheerde vastelandsterreinen: de Greenstone/Whakatipu Waimaori-vallei sinds 2023, de Rees-vallei bij Queenstown vanaf februari 2025 en Onetahua/Farewell Spit in de Golden Bay vanaf mei 2026 — waarheen de acht vogels van het eerdere proefterrein Kahurangi (Gouland Downs, sinds 2018) zijn overgebracht nadat daar te weinig voedsel en een te lage overleving bleken. Verder zitten er vogels in omheinde reservaten als Zealandia in Wellington, Maungatautari, Orokonui bij Dunedin en Wairakei. Op het Noordereiland leefde een eigen soort, de moho (Porphyrio mantelli), die al vóór 1400 verdween.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De zekerste plek is een reservaat: op Tiritiri Matangi in de Hauraki-golf lopen genummerde vogels over de wandelpaden, en in het omheinde Zealandia in Wellington en Orokonui bij Dunedin is hij vrijwel gegarandeerd. In Fiordland is de soort praktisch onbereikbaar, want de Murchison Mountains zijn gesloten gebied. Kijk bij elke blauwe ral naar snavel en poten: kort, zwaar en massief hoort bij de takahe, lang en dun bij de pukeko — en let op het olijfgroen op de rug, dat de pukeko mist.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN) op de wereldlijst, in Nieuw-Zeeland nationaal kwetsbaar (Nationally Vulnerable), en een van de best gedocumenteerde reddingen ter wereld. Na de laatste zekere waarneming in 1898 gold de soort als uitgestorven, tot arts Geoffrey Orbell haar op 20 november 1948 bij het Te Anau-meer in de Murchison Mountains terugvond; twee vogels werden gevangen, gefotografeerd en weer losgelaten. Het herstel verliep traag. In 1985 opende het Burwood Takahe Centre bij Te Anau, waar tot vijfentwintig broedparen worden gehouden; kuikens werden er aanvankelijk met handpoppen en glasvezelmodellen van volwassen vogels grootgebracht om inprenting op mensen te voorkomen, een methode die in 2011 is gestopt. In de jaren tachtig en negentig werden veiligheidspopulaties op roofdiervrije eilanden gevestigd, zodat niet alles meer van Fiordland afhing. Een hermelijnenplaag halveerde in 2007 de stand. Daarna ging het omhoog: 263 vogels in 2013, 306 in 2016 — waarmee de nationale status van nationaal kritiek naar nationaal kwetsbaar ging —, 347 in 2017, 418 in 2019 en ruim vijfhonderd sinds 2023, met een groei van vijf tot acht procent per jaar; meer dan de helft van de vogels leeft nu in wilde terreinen in plaats van in beheer. De grootste bedreigingen blijven de hermelijn; het edelhert, dat om dezelfde tussock concurreert en waarvan de helikopterjacht in Fiordland de vegetatie duidelijk heeft laten herstellen; zware sneeuw die het voedsel bedekt; en inteelt met lage vruchtbaarheid in een populatie die van enkele tientallen vogels afstamt. Omdat de Murchison Mountains en de Greenstone-vallei hun draagkracht naderen, is de Rees-vallei als derde wilde terrein geopend, waar in 2026 al bijna vijftig vogels leefden, met als doel op termijn één grote, zichzelf in stand houdende populatie in het bovenste Whakatipu-gebied.

Wetenschappelijke naam

Porphyrio hochstetteri | (Meyer, 1883)

Meyer beschreef de vogel van het Zuidereiland in 1883 als Notornis hochstetteri, vernoemd naar de Oostenrijkse geoloog Ferdinand von Hochstetter, die in 1859 in Nieuw-Zeeland werkte; de soort staat nu in Porphyrio, zodat auteur en jaartal tussen haakjes blijven. Porphyrio is het Latijnse woord voor de purperkoet, van Grieks porphyra, 'purperslak, purper'. Richard Owen had in 1848 al beenderen van het Noordereiland beschreven als Notornis mantelli; de twee eilandvormen golden lang als ondersoorten van één soort, maar worden na morfologisch en genetisch werk weer als aparte soorten gezien. De naam takahe is Maori en gaat terug op takahi, 'trappen of stampen', naar de manier van lopen.