Alle soorten › Uilnachtzwaluwen › Uilnachtzwaluwen › Reuzenuilnachtzwaluw

Reuzenuilnachtzwaluw | Podargus papuensis

Papuan Frogmouth | Podargo papú

De reuzenuilnachtzwaluw is de grootste uilnachtzwaluw ter wereld: een vogel van een halve tot zes tienden meter met een enorme, kikkerachtige snavel, een lange staart en een felrode iris die in het schijnsel van een lamp als een kooltje oplicht. In Australië zit hij alleen in het uiterste noordoosten, langs kreken en mangrove in het tropische regenwoud van Kaap York en de Wet Tropics van Queensland.

Reuzenuilnachtzwaluw (Podargus papuensis)
Foto: Scottwilliamsoutdoors — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het geluid is 's nachts het bruikbaarste kenmerk. Het territoriumgeluid is een diep, galmend oem ... oem ... oem, trager en voller dan het gebrom van de uilnachtzwaluw en meer als een klop in de borst dan als een vogelstem. Daarnaast komt een reeks lachende, afdalende hoeps en een onverwacht luide, klagende gil die in het donker eerder aan een zoogdier doet denken — het geluid waar menig kampeerder in Iron Range van wakker schrikt. Hij roept vooral in de eerste uren na zonsondergang en opnieuw kort voor het licht wordt, en bij verstoring blaast hij sissend en klapt hij met de zware snavel.

Luister: ZangXC1026309

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · Afore Rural LLG (near Ondoro), Ijivitari District, Northern Province, Papua New Guinea · xeno-canto

Herkenning

Een enorme, langgerekte nachtvogel van vijftig tot zestig centimeter, waarvan een flink deel staart, met een brede platte kop, een zware bolle snavel met een reusachtige gaap en lange stugge borstelharen erboven. De iris is rood — het snelste en zekerste kenmerk in het licht van een lamp — met een crèmekleurige wenkbrauwstreep erboven. Het kleed is grijsbruin, fijn gemarmerd en gestreept; mannetjes zijn donkerder en meer gemarmerd, vrouwtjes roodbruiner. De vleugels zijn donker en betrekkelijk kort en breed, en de vlucht is geruisloos en laag. In rust zit hij rechtop tegen een tak met de snavel omhoog en de ogen tot spleten geknepen.

Verwarrings­soorten

De uilnachtzwaluw (Podargus strigoides) is de soort waarmee hij het vaakst wordt verward waar hun areaal elkaar in de Wet Tropics raakt: kleiner en gedrongener, met een gele iris in plaats van een rode, een kortere staart en een grijzer, zilverachtig kleed, en hij zit in droog eucalyptusbos, tuinen en langs wegen in plaats van in regenwoud. De gemarmerde uilnachtzwaluw (Podargus ocellatus) zit op Kaap York in hetzelfde bos maar is met zevenendertig tot achtenveertig centimeter duidelijk kleiner en veel slanker gebouwd, met een oranje iris en een lichtere snavel; het grootteverschil is in het veld werkelijk opvallend, want de reuzenuilnachtzwaluw weegt ruim het dubbele. Een echte uil als de Australische boeboekuil (Ninox boobook) heeft naar voren gerichte ogen, een korte haaksnavel en klauwen, en vangt zijn prooi in de vlucht.

Leefgebied

Tropisch regenwoud en de randen daarvan, rivierbos en dichte begroeiing langs kreken, mangrove en de zoom erachter, moessonbos en lianenstruweel, en verder open bos en bosland vlak bij water. Hij is sterker aan water gebonden dan de andere twee soorten en jaagt graag vanaf een lage tak boven een kreek of een mangrovegeul, waar hij op grote insecten, kikkers, hagedissen en zelfs kleine zoogdieren en vogels loert. Droog binnenland en gesloten bos ver van water slaat hij over.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster van deze gids alleen het uiterste noordoosten van Australië: het schiereiland Kaap York en de kuststrook van de Wet Tropics van Queensland zuidwaarts tot ongeveer de omgeving van Ingham en Townsville, met het Iron Range en de Daintree als bekendste plekken. Hij trekt niet en houdt jarenlang hetzelfde territorium en vaak dezelfde rusttak aan. Buiten Australië is hij wijdverbreid op Nieuw-Guinea, de Raja Ampat- en de Aroe-eilanden; die populatie is veel groter dan de Australische. In Nieuw-Zeeland komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in de vroege avond aan een kreek of een mangrovegeul in de Wet Tropics staan en schijn traag met een lamp langs de laagste dikke takken boven het water; de rode oogweerkaatsing is op tientallen meters te zien en verraadt de vogel voordat je zijn vorm herkent. Vaste plekken als de camping van Iron Range, de oevers van de Daintree en de rivierbossen bij Cairns leveren jaar na jaar dezelfde vogels op. Overdag verraadt een grote, roerloze klomp op een horizontale tak boven het pad hem soms al; kijk dan naar de staart, die veel verder uitsteekt dan bij de uilnachtzwaluw.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), met een groot areaal dat vooral op Nieuw-Guinea ligt en waar geen snelle achteruitgang uit blijkt. In Australië is de populatie klein en aan de noordoostelijke kuststreek gebonden, zodat hij daar afhangt van het behoud van regenwoud, mangrove en de begroeiing langs kreken. Aanrijdingen in de schemering zijn de zichtbaarste verliespost, omdat hij vanaf paaltjes en lage takken langs wegen jaagt; daarnaast telt het verdwijnen van oude bomen met stevige horizontale takken, want zonder zo'n tak is er geen rustplaats en geen nest.

Wetenschappelijke naam

Podargus papuensis | Quoy & Gaimard, 1832

Quoy en Gaimard beschreven de soort in 1832 als Podargus papuensis, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Het geslacht Podargus werd in 1818 ingevoerd door Vieillot, naar het Griekse podargos, 'snelvoetig'. papuensis betekent eenvoudig 'uit Papoea', naar de typelocatie: de haven van Dorey, het huidige Manokwari op Nieuw-Guinea, waar de Astrolabe onder d'Urville in 1827 aanlegde — dezelfde reis en dezelfde haven die ook de gemarmerde uilnachtzwaluw opleverden. De Nederlandse naam kiest niet voor de herkomst maar voor het formaat, want dit is de grootste soort van de familie.