Alle soorten › Uilnachtzwaluwen › Uilnachtzwaluwen › Uilnachtzwaluw

Uilnachtzwaluw | Podargus strigoides

Tawny Frogmouth | Podargo australiano

De uilnachtzwaluw is de meest geziene en tegelijk de minst opgemerkte nachtvogel van Australië: overdag zit hij roerloos en schuin omhoog tegen een tak, en wie hem niet kent, kijkt naar een afgebroken stomp. Hij jaagt niet in de lucht zoals een nachtzwaluw maar laat zich vanaf een lage tak op prooi op de grond vallen.

Uilnachtzwaluw (Podargus strigoides)
Foto: Michael Howard — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het territoriumgeluid is een diep, doorlopend gebrom, oem-oem-oem-oem, ongeveer acht stoten in vijf tellen, dat urenlang wordt volgehouden en op afstand meer voelbaar dan hoorbaar is. Paren roepen om de beurt en vallen in elkaars ritme, wat het geluid dubbel zo snel doet klinken. Bij verstoring klapt de vogel met de snavel en blaast hij sissend; jongen bedelen met een aanhoudend piepend gefluit.

Luister: ZangXC953019

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · Lake Fyans Holiday Park (near Lake Fyans), Northern Grampians Shire, Victoria, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een grijze, zilverachtig gemarmerde vogel met zwarte lengtestrepen, een brede platte kop, een gele iris en een zware grijze snavel met een enorme, kikkerachtige gaap en stugge borstelharen erboven. Het kleed komt in drie kleurvormen voor, van zilvergrijs tot roodbruin; roodbruine vogels zijn meestal vrouwtjes. In rust drukt hij zich met opgeheven snavel tegen de tak en knijpt de ogen tot spleten, zodat de omtrek in het schorspatroon verdwijnt. De vlucht is geruisloos en laag, op korte brede vleugels en met een lange staart.

Verwarrings­soorten

De reuzenuilnachtzwaluw (Podargus papuensis) van de Wet Tropics van Queensland is groter, roodachtiger en langstaartiger en heeft een rood oog in plaats van een geel. De Australische boeboekuil (Ninox boobook) is een echte uil: naar voren gerichte ogen, een korte haaksnavel en bevederde poten met klauwen, en hij vangt zijn prooi in de vlucht. De argusnachtzwaluw (Eurostopodus argus) jaagt zwenkend in de open lucht en rust op de grond, nooit dwars op een tak.

Leefgebied

Vrijwel elk beboomd landschap: droog eucalyptusbos en open bos, rivierbos van rode gomboom langs kreken, mallee (laag, veelstammig eucalyptusstruweel van droog zuidelijk Australië), savanne met eucalyptus, casuarina- en callitrisstroken, en verder tuinen, parken en straatbomen tot in het hart van de steden. Wat hij nodig heeft is een horizontale tak om de dag op door te brengen en open grond of kort gras eronder om vanaf te jagen. Gesloten regenwoud, alpiene moerassen en boomloze woestijn slaat hij over.

Verspreiding en trek

Over het hele Australische vasteland en op Tasmanië, van de kust tot in het droge binnenland, met de hoogste dichtheden in het beboomde zuidoosten. Hij trekt niet en zwerft nauwelijks: een paar houdt jarenlang hetzelfde territorium en vaak dezelfde slaapplaats aan. In Nieuw-Zeeland ontbreekt de soort; de gids voert hem uitsluitend voor het Australische deel van het gebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek overdag naar witte spatten en uitgebraakte ballen onder een dikke horizontale tak; dat verraadt een vaste rustplaats waar de vogel jaar in jaar uit terugkomt. Ga daar in de schemering staan en wacht tot de silhouetten in beweging komen. Rijd 's avonds langzaam op landwegen: de vogel jaagt vanaf paaltjes langs de berm en wordt daar veel aangereden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en over het hele vasteland algemeen, ook in de bebouwde kom. De belangrijkste verliezen zijn aanrijdingen in de schemering en vergiftiging langs een omweg, doordat de vogel insecten en muizen eet die aan bestrijdingsmiddelen of rodenticiden zijn blootgesteld. Op de langere termijn drukt het verdwijnen van oude, dikke bomen met horizontale takken, want zonder die takken is er geen slaapplaats en geen nest.

Wetenschappelijke naam

Podargus strigoides | (Latham, 1801)

Latham beschreef de vogel in 1801 als Caprimulgus strigoides, bij de nachtzwaluwen; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Podargus werd in 1818 ingevoerd door Vieillot, naar het Griekse podargos, 'snelvoetig' — een merkwaardige keuze voor een vogel die nauwelijks loopt. strigoides betekent 'uilachtig', van Strix, het geslacht van de bosuilen. De typelocatie is Nieuw-Holland, door Mathews beperkt tot Sydney.