Alle soortenZangvogelsHoningeters › Sperwerhoningeter

Sperwerhoningeter | Ramsayornis fasciatus

Bar-breasted Honeyeater | Mielero pechibarrado

De sperwerhoningeter dankt zijn Nederlandse naam aan de fijne dwarsbanden over borst en flanken, die aan de bandering van een sperwer doen denken. Het is een kleine, drukke honingeter van papierschorsmoeras en mangrove in tropisch Australië, die een opvallend hangend flesvormig nest van papierschorsstroken boven het water bouwt.

Sperwerhoningeter (Ramsayornis fasciatus)
Foto: Lip Kee Yap from Singapore, Republic of Singapore — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp en wat schril geluid dat hij vooral laat horen bij het verdedigen van een bloeiende boom; in de kroon van een bloeiende melaleuca ratelt hij tegen brutale indringers als de bruine honingeter. Verder een reeks korte, droge contactnoten die hij herhaalt terwijl hij van bloem naar bloem beweegt, zonder eigenlijke zang.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een kleine honingeter van dertien tot vijftien centimeter en elf tot zestien gram. De bovenzijde is donkergrijsbruin met lichtere streping, de onderzijde lichtgrijs tot wit met duidelijke donkere dwarsbandering over de borst en langs de flanken; de keel blijft ongetekend wit. De kruin is geschubd door lichte veerranden. Het oog is donkerbruin, de licht neerwaarts gebogen snavel donkergrijs met een blekere basis, de poten rozegrijs. Hij is rusteloos, hangt aan de uiteinden van bloeiende twijgen en laat zich het best zien op de buitenrand van een bloeiende papierschorsboom.

Verwarrings­soorten

De dichtstbijzijnde verwant, Ramsayornis modestus, is kleiner, heeft fijne lengtestreepjes in plaats van scherpe dwarsbanden, een gladde bruine kruin zonder schubtekening en vooral een opvallend rozerode snavel in plaats van een donkere met bleke basis; beide soorten zitten in hetzelfde moerasbos. In noordelijk Australië overlapt hij verder met de Conopophila-soorten: Conopophila rufogularis heeft een roestkleurige keelvlek en een geelolijf vleugelpaneel, Conopophila albogularis een witte keel met roodbruine borstband, en Conopophila whitei is een blekere vogel van het droge binnenland. Al deze soorten missen de regelmatige bandering.

Leefgebied

Mangrove, papierschorsmoerasbos en ander open bos, vrijwel altijd langs of boven water: kreekoevers, lagunes en de randen van de noordelijke overstromingsvlaktes. Het nest is een hangende koepel of 'fles' van papierschorsstroken, meer dan een meter boven de grond en vaak boven water; het broedseizoen loopt van september tot januari met drie tot vier eieren, maar bij gunstige omstandigheden kan er het hele jaar door gebroed worden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Endemisch in tropisch noordelijk Australië: van de Kimberley in West-Australië via het Top End van het Noordelijk Territorium en de zuidkust van de Golf van Carpentaria over heel het schiereiland Kaap York, en langs de oostkust van Queensland zuidwaarts tot ongeveer de Steenbokskeerkring. Binnen dat gebied verschuift hij met de bloei en het waterpeil.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in de droge tijd naar een lagune of een kreek met bloeiende melaleuca's en zoek naar de hangende papierschorsnesten — die zijn vaak eerder te vinden dan de vogels zelf. Zie je een klein gestreept honingetertje, houd dan de borst in beeld: dwarsbanden maken het deze soort, lengtestreepjes de bruin-witte honingeter. Let ook op de snavel, dat is het snelste onderscheid van de twee.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De soort is wijdverbreid over het tropische noorden en in geschikt habitat talrijk. Waar mangrove en melaleucamoeras verdwijnen door kustontwikkeling, veeteelt of veranderingen in het waterregime van de overstromingsvlaktes verdwijnt hij plaatselijk mee, maar het totale areaal is groot en grotendeels dunbevolkt.

Wetenschappelijke naam

Ramsayornis fasciatus | (Gould, 1843)

Gould beschreef de soort in 1843. Het geslacht Ramsayornis werd in 1912 ingesteld door Gregory Mathews, naar de Australische ornitholoog Edward Pierson Ramsay en Grieks ornis 'vogel'. fasciatus is Latijn voor 'gebandeerd' en verwijst naar de dwarsbandering op de borst — hetzelfde kenmerk dat de Engelse naam Bar-breasted Honeyeater en de Nederlandse naam aanduiden. Een oudere Engelse naam is White-breasted Honeyeater.