Alle soorten › Zangvogels › Honingeters › Witpluimhoningeter
Witpluimhoningeter | Ptilotula penicillata
White-plumed Honeyeater | Mielero empenachado
De witpluimhoningeter is de honingeter van de rode gomboom: een kleine, geelgroene vogel met een zwart omrande witte pluim op de zijhals, die in luidruchtige groepjes door de kroon van riviergommen scharrelt. Waar in droog Australië water staat — een kreek, een veedam, een stadsvijver — is hij er vrijwel zeker, en hij is er de hele dag hoorbaar.
Geluid
Hij is een van de eerste vogels die 's ochtends roept en een van de laatste die 's avonds zwijgt. Het bekendste geluid is een helder, opgewekt 'chick-ick-o-wee' of 'chirrapo-we-weet', afgewisseld met fluittonen en een scherp, schel aflopend 'chip'. Het repertoire verschilt merkbaar per streek, zodat vogels van de Murray anders klinken dan die van de Pilbara. Bij een roofvogel of een slang gaat de hele groep over op een ratelend alarm en komt er een troepje van alle kanten bij.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een kleine honingeter van vijftien tot zeventien centimeter, geelolijf op de rug en bleek bruingrijs op de onderzijde, met een duidelijk gelig getinte kop en een licht neerwaarts gebogen snavel. Het kenmerk waar alles op draait is de pluim: een smalle witte veerstreep laag op de zijhals, aan boven- en onderrand zwart afgezet, die als een klein wit streepje in het gelige gezicht staat. In broedkleed zijn de snavel en de naakte huid rond het oog zwart, daarbuiten geler. Jonge vogels zijn doffer, hebben een minder scherpe pluim en een bleke snavel. Hij beweegt snel en rusteloos, hangt ondersteboven aan bloeiende twijgen en vliegt in korte, klapperende overgangen van boom naar boom.
Verwarringssoorten
De witte halspluim is uniek — geen andere honingeter heeft hem — maar op afstand, in tegenlicht of hoog in de kroon vervalt dat kenmerk en blijft een egaal olijfgele vogel over. Dan komen de vijf andere Ptilotula-soorten in beeld, die alle vrij egaal olijf tot bruin zijn en vooral op kopdetail en verspreiding verschillen: Ptilotula ornata heeft een geelzwarte oorpluim en houdt het bij mallee, Ptilotula plumula en Ptilotula keartlandi zijn vogels van het droge binnenland met respectievelijk een geelgroene en een grijze kruin, Ptilotula flavescens is bleker en geler en staat in het tropische noorden, en Ptilotula fusca is donkerder en doffer met een geel-zwart oorstreepje. Let daarnaast op Lichenostomus melanops, die een zwarte kopvlek met een gele pluim heeft in plaats van een witte halspluim.
Leefgebied
Open eucalyptusbos en woodland, vrijwel altijd binnen bereik van water: oeverbos langs kreken en rivieren, moerasranden, veedammen en stuwmeertjes. De band met de rode gomboom (Eucalyptus camaldulensis) is zo sterk dat de soort in het binnenland de riviergordels als een lint volgt. Daarnaast zit hij in stadsbos, parken en tuinen. In echt droge streken zonder kunstmatig water ontbreekt hij.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Vrijwel het hele Australische vasteland, met uitzondering van het tropische noorden, het schiereiland Kaap York en de kaalste woestijnen. Het zwaartepunt ligt in het Murray-Darling-bekken en de binnenlandse riviersystemen. In Sydney was hij tot in de jaren veertig van de vorige eeuw zeldzaam; sindsdien heeft hij de stad veroverd en zich noordwaarts tot Newcastle uitgebreid. Er worden vier ondersoorten onderscheiden, waarvan calconi uit de Kimberley de kleinste en bleekste is.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem niet in de boom maar bij het water: loop de oever van een kreek of veedam af en luister naar het 'chick-ick-o-wee' in de kroon van de riviergommen. Heb je een olijfgele honingeter in beeld, wacht dan tot hij zijn kop draait — de witte halsstreep licht dan even op tegen het geel. Aan de lengte van de dag heeft hij weinig boodschap: ook midden op een hete dag blijft hij actief boven het water.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). De soort is talrijk, heeft van veedammen, irrigatie en stadsbeplanting geprofiteerd en breidt plaatselijk uit. Waar riviergommen langs binnenlandse kreken afsterven door wateronttrekking en langdurige droogte verdwijnt hij wel plaatselijk, want zijn verspreiding hangt in droog Australië rechtstreeks aan die bomen.
Wetenschappelijke naam
Ptilotula penicillata | (Gould, 1837)
Gould beschreef de soort in 1837 als Ptilotis penicillata; ze staat nu in Ptilotula, een verkleinvorm van Ptilotis die is afgeleid van Grieks ptilon 'veer' en ous, ōtos 'oor' — naar de oorveertjes van deze groep. Het geslacht werd in 2011 opnieuw ingesteld nadat moleculair onderzoek van Nyári en Joseph liet zien dat het oude Lichenostomus uit verscheidene niet-verwante takken bestond. penicillata is Latijn voor 'met een kwastje', naar de witte halspluim, en dezelfde pluim zit ook in de Nederlandse en Engelse naam.




