Alle soortenPelikaanachtigenReigers › Zwartrugwoudaap

Zwartrugwoudaap | Botaurus dubius

Black-backed Bittern | Avetorillo australiano

De zwartrugwoudaap is de kleinste reiger van Australië: een woudaapje van amper dertig centimeter dat zijn hele leven in dicht riet en zegge doorbrengt en dat door de meeste vogelaars eerder gehoord dan gezien wordt. Pas als hij een rietkraag oversteekt verraadt hij zich, met een grote lichtbruine vlek op de vleugel tegen een zwarte rug.

Zwartrugwoudaap (Botaurus dubius)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje roept in de broedtijd 's avonds en 's nachts: een lage, korte en doffe noot die ongeveer elke halve seconde terugkomt en een serie van zo'n tien seconden vormt, woef-woef-woef-woef, eentonig en zonder klemtoon. Waarnemers vergelijken het met hout dat langzaam wordt doorgezaagd of met een kikker, en op een windstille avond draagt het minstens honderd meter ver. Buiten de broedtijd zwijgt hij bijna helemaal, met hooguit een laag gekras bij verstoring.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een piepklein, gedrongen reigertje van vijfentwintig tot zesendertig centimeter, dat vaak alleen in silhouet wordt gezien terwijl het laag en snel van de ene rietkraag naar de andere schiet. Het mannetje heeft een zwarte rug, kruin en staart die scherp afsteken tegen een lichtbruine hals en lichtbruine vleugeldekveren; die dekveren vormen in de vlucht een grote, opvallende bleke vlek op de verder donkere vleugel. Het vrouwtje heeft een bruine in plaats van zwarte rug en is doffer, met donkere streping over de lichte onderdelen; jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn zwaarder gestreept. Het oog is geel, de snavel geel met een zwarte bovenrand, en de poten zijn groengeel. Bij gevaar rekt hij zich stokstijf uit met de snavel omhoog en verdwijnt zo tussen de rietstengels.

Verwarrings­soorten

De zwarte woudaap (Botaurus flavicollis) is het enige echte verwarringsgevaar en het onderscheid is met één blik te maken: die is ruim twee keer zo groot (54–66 cm tegen 25–36 cm), is geheel roetzwart met een gele streep op de halszijde, heeft een donkere snavel en toont in de vlucht een eenvormig zwarte bovenvleugel zonder bleke vlek; bovendien zit hij in bomen boven het water in plaats van in laag riet. De Australische roerdomp (Botaurus poiciloptilus) deelt het rietmoeras maar is met 74 cm een reus daarnaast, bruin en zwaar gestreept. Een wegschietende kleine, donkere vogel in het riet kan ook een rietzanger of een ral zijn; let dan op de ingetrokken hals en de naar achteren uitstekende poten.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met dichte, opgaande vegetatie: riet, lisdodde, zegge en bies, en overstroomde struikopstanden, met minstens een halve meter water eronder. Hij heeft geen groot moeras nodig — een sloot, een klein rietveldje in een stadsrand of een afwateringskanaal kan al volstaan, mits de vegetatie dicht genoeg staat. Soms ook in brak of zout water, waaronder kwelders en de zoom van mangrove.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Plaatselijk over het zuidoosten en het zuidwesten van Australië, met de zwaartepunten in het Murray-Darlingbekken en op de Swan Coastal Plain bij Perth; langs de oostkust zit hij verspreid en onregelmatig, en uit de Kimberley, het Top End en de eilanden in de Straat Torres zijn losse gevallen bekend. In het zuiden is hij vooral een zomervogel die van oktober tot januari broedt en daarna verdwijnt; een deel van de stand overwintert op Nieuw-Guinea, terwijl bij enkele kunstmatige wateren, bijvoorbeeld bij de Ordrivier, het hele jaar door vogels blijken te zitten. Op Tasmanië ontbreekt hij, en in Nieuw-Zeeland en op Lord Howe is hij een uiterst zeldzame dwaalgast.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem met de oren. Ga in november of december bij zonsondergang bij een rietmoeras staan, wacht tot het stil wordt en luister naar het eentonige, zaagachtige geroep uit het riet; dat is de enige betrouwbare manier om te weten dat hij er zit. Wie hem wil zien, moet geduld hebben en het open water langs de rietrand in de gaten houden bij het laatste licht, wanneer hij soms kort van kraag wisselt — en dan telt maar één kenmerk: de bleke vleugelvlek tegen de zwarte rug.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar dat cijfer is misleidend voor deze gids: de wereldstand wordt op ongeveer vijfduizend volwassen vogels geschat en ligt vrijwel geheel in Australië, waar hij nationaal als gevoelig geldt en in Victoria als bedreigd te boek staat. De oorzaken zijn de ontwatering en verzilting van de binnenlandse moerassen en de onttrekking van water aan het Murray-Darlingbekken, die zijn rietvelden laten verdwijnen. Omdat hij zo onopvallend is, komt een lokale verdwijning meestal pas jaren later aan het licht.

Wetenschappelijke naam

Botaurus dubius | (Mathews, 1912)

Mathews beschreef de vogel in 1912 als Ixobrychus minutus dubius, dus als ondersoort van het Europese woudaapje; omdat hij nu een eigen soort in een ander geslacht is, staan auteur en jaartal tussen haakjes. dubius betekent 'twijfelachtig' en slaat op precies die onzekere status — moleculair onderzoek maakte er later een volwaardige soort van, die nauwer bij het Chinese woudaapje blijkt te staan dan bij het Europese. Het geslacht Botaurus werd in 1819 ingevoerd door Stephens, uit het middeleeuws Latijnse butaurus, van butio, 'roerdomp', en taurus, 'stier'. De typelocatie is Herdman's Lake in het zuidwesten van West-Australië, vlak bij Perth. In Australische bronnen heet de soort ook wel Australian Little Bittern; deze gids houdt de naam Black-backed Bittern aan.