Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Koerlan

Koerlan | Aramidae

Limpkin | Carrao

De familie telt wereldwijd één soort, van moerassen met veel drijvende begroeiing en traag stromend water. Het voedsel bestaat grotendeels uit appelslakken. De lange snavel staat aan de punt licht naar rechts gebogen, precies de kant waarheen het slakkenhuis draait, en de beide snavelhelften raken elkaar alleen vooraan, zodat er een pincet ontstaat. De vogel draagt de slak naar een vaste plek op de oever, klemt het huis met de opening omhoog in de modder, knipt de sluitspier door en trekt het dier er in zijn geheel uit; bij zo'n eetplaats liggen na verloop van tijd honderden onbeschadigde lege huisjes. Daarnaast worden zoetwatermosselen, insecten en kikkers gegeten. Het donkerbruine verenkleed is over hals en mantel bezet met witte, druppelvormige strepen. De roep is een luid, klagend gekrijs dat vooral in de nacht klinkt en ver over het moeras draagt. In de vlucht hangen de poten achter het lichaam en heeft de vleugelslag een korte, schokkende opwaartse ruk. Het nest is een grof bouwsel in dichte moerasvegetatie of laag boven het water.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Aramus 1 soort