Alle soorten › Kraanvogelachtigen

Kraanvogelachtigen | Gruiformes

Cranes, rails and allies | Grullas y rálidos

Wereldwijd omvat deze orde naast de kraanvogels ook rallen, koeten en waterhoentjes: kleine, schuwe moerasvogels die uiterlijk weinig op een kraanvogel lijken, en de orde staat dan ook vooral op moleculaire gegevens bij elkaar. Kraanvogels zijn grote, lang benige en lang halzige vogels van open grasland en moeras, bekend om hun luide, ver dragende roepen. Ze broeden als monogaam paar met een klein legsel op de grond, en het donzige jong verlaat het nest al snel na het uitkomen maar blijft nog maandenlang bij de ouders.

Families in deze orde

  • Koerlan | Aramidae1 soortDe familie telt wereldwijd één soort, van moerassen met veel drijvende begroeiing en traag stromend water. Het voedsel bestaat grotendeels uit appelslakken. De lange snavel staat aan de punt licht naar rechts gebogen, precies de kant waarheen het slakkenhuis draait, en de beide snavelhelften raken elkaar alleen vooraan, zodat er een pincet ontstaat. De vogel draagt de slak naar een vaste plek op de oever, klemt het huis met de opening omhoog in de modder, knipt de sluitspier door en trekt het dier er in zijn geheel uit; bij zo'n eetplaats liggen na verloop van tijd honderden onbeschadigde lege huisjes. Daarnaast worden zoetwatermosselen, insecten en kikkers gegeten. Het donkerbruine verenkleed is over hals en mantel bezet met witte, druppelvormige strepen. De roep is een luid, klagend gekrijs dat vooral in de nacht klinkt en ver over het moeras draagt. In de vlucht hangen de poten achter het lichaam en heeft de vleugelslag een korte, schokkende opwaartse ruk. Het nest is een grof bouwsel in dichte moerasvegetatie of laag boven het water.
  • Kraanvogels | Gruidae3 soortenDe luchtpijp is verlengd en ligt deels opgerold in het borstbeen, als een blaasinstrument dat het trompetterende geroep zijn dragende klank geeft; paren roepen daarbij in een strak op elkaar afgestemd duet dat als één geluid klinkt. De balts bestaat uit een springende, buigende dans met opgeworpen takjes of gras, die het hele jaar door opduikt en niet alleen aan het broedseizoen gebonden is. Kraanvogels lopen op hun lange poten door open moeras en grasland en pikken en peuren er zaden, knollen en kleine dieren van de grond of net eronder vandaan; sommige, waaronder de Canadese kraanvogel, wrijven modder in hun verenkleed, wat het grijze verenkleed roestbruin kleurt. Van de twee eieren in een legsel overleeft doorgaans maar één kuiken: het oudste jong verdrijft het jongere actief bij het voeren, en na het uitvliegen trekken de families in kleine groepjes gezamenlijk naar de overwinteringsgebieden.
  • Rallen | Rallidae12 soortenHet lichaam is zijdelings afgeplat, zodat de vogel zich tussen dicht riet en zeggen door wringt zonder de halmen te doen bewegen; de lange tenen verdelen het gewicht over drijvende bladeren en zachte modder, en bij de zwemmende soorten dragen de tenen brede lobben die bij elke slag opengaan en daarna weer dichtklappen. Ze vliegen ongaarne op, en dan laag en fladderend met bungelende poten, terwijl veel soorten 's nachts wel over grote afstanden trekken; op afgelegen eilanden komen soorten voor die niet kunnen vliegen. De aanwezigheid blijkt vrijwel altijd uit het geluid: een hard ratelend gekakel, een knorrend gekreun of een hinnikende reeks die na zonsondergang uit het moeras opstijgt en die door de buren wordt beantwoord. Het nest is een kom van omgebogen en dooreengevlochten stengels, vaak met een afdakje van omgetrokken halmen en een looppaadje naar het water. Het legsel is groot en de zwarte donsjongen verlaten het nest al na een dag of twee; ze worden dan nog wekenlang door beide ouders stukje voor stukje gevoerd, waarbij jongen van een eerder legsel soms al meehelpen.