Alle soorten › Zangvogels › Gorzen

Gorzen | Emberizidae

Old World buntings | Escribanos

In dit gebied verschijnt deze familie van de Oude Wereld vrijwel alleen in het uiterste westen: enkele vogels per jaar, op de eilanden in de Beringzee en langs de kust van Alaska, in het late voorjaar of in het najaar, wanneer ze op hun weg tussen Noordoost-Azië en Zuid- en Zuidoost-Azië te ver oostwaarts zijn geraakt. Kenmerkend is een korte, kegelvormige snavel met een harde knobbel op het verhemelte, waartegen een zaadje met de tong wordt geklemd en van zijn kaf ontdaan. De staart is betrekkelijk lang en licht gevorkt, met witte buitenste veren die bij het opvliegen oplichten. Er wordt gebroed in open landschap met verspreide struiken: taigaranden, kapvlakten, rietmoeras en bergweiden, in een grasnest op of vlak boven de grond. De zang is kort en eenvoudig, een vast zinnetje van enkele tonen dat vanaf een struiktop, rietstengel of draad minutenlang onveranderd wordt herhaald. Buiten de broedtijd wordt in groepen op stoppelvelden en in riet gefoerageerd, en trekken de vogels 's nachts.

Dwaalgasten 2 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.