Alle soorten › Zangvogels › Bekardes en tityra's
Bekardes en tityra's | Tityridae
Tityras, becards and allies | Titiras y cabezones
Dit zijn zwaargebouwde vogels van de boomkruinen aan de bosrand, met een grote kop, een korte, brede snavel met een klein haakje aan de punt, en een rustige, rechtop zittende houding. Ze blijven lang stil zitten, maken dan een korte uitval om een insect van een blad of takje te grissen en keren terug; daarnaast wordt veel fruit gegeten, hangend of in de vlucht van de tak geplukt. Het stemapparaat is eenvoudiger gebouwd dan bij de meeste zangvogels: de geluiden zijn niet aangeleerd maar aangeboren, en bestaan uit dunne, hoge fluitjes, nasale klaagtonen en een grommend gesnor, zonder echte zang. Het nest valt eerder op dan de vogel zelf: een forse, bolvormige bal van gras, worteltjes en plantenvezels, soms wel een halve meter lang, hangend aan het uiteinde van een dunne tak boven een open plek of boven water, met de ingang laag opzij. Een ander deel van de familie broedt juist in een boomholte, die met droge bladeren wordt volgepropt en soms van de rechtmatige bewoners wordt afgepakt. Mannetje en vrouwtje zijn verschillend gekleurd.
Dwaalgasten 1 soort
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.




