Alle soorten › Zangvogels › Bekardes en tityra's › Grote bekarde
Grote bekarde | Pachyramphus aglaiae
Rose-throated Becard | Cabezón degollado
De grote bekarde is een zwaargebouwde vogel van de boomkruinen van Mexico en Midden-Amerika die in dit gebied nog net over de grens komt: een handvol paren in het kreekbos van Zuidoost-Arizona en in het uiterste zuiden van Texas. Het mannetje is leigrijs met een zwarte kap en een rozerode vlek op de keel, het vrouwtje warm bruin met kaneelrode vleugels — en juist het balvormige nest verraadt het paar meestal eerder dan de vogels zelf.
Geluid
De zang is een dun, hoog fluitje dat in toon afglijdt, tsjieuw, twee noten die aan elkaar plakken en die met lange pauzes worden herhaald; tussen het gezoem van cicaden langs een kreek valt dat weg. Daarnaast klinkt bij het nest een snel, nasaal tsjik-tsjik-tsjik, en houden man en vrouw contact met een aangehouden, klagend iep. Het grootste deel van de dag zwijgt hij. Het eerste uur na zonsopgang in juni en juli is de tijd waarop hij zich laat horen, en zo wordt hij in Arizona ook gevonden.
Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · Taxisco, Taxisco, Santa Rosa Department, Guatemala · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen vogel met een grote kop, een korte brede snavel en een rustige, rechtopgaande houding op de tak. Het mannetje is leigrijs, met een zwarte kruin die als een lage kap over de kop ligt, en draagt een driehoekige rozerode vlek op de keel; bij vogels uit het vochtige zuiden kan die vlek klein zijn of geheel ontbreken. Het vrouwtje is warm bruin van boven met roestrode vleugels en staart, een grijze kruin en een grijzige nek, en licht okerkleurig van onderen. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar geler en met roestige veerzomen. Met zestien tot achttien centimeter is hij zo lang als een forse tiran, maar veel zwaarder van kop en korter van staart.
Verwarringssoorten
In Mexico is een andere bekarde, Pachyramphus major, de belangrijkste verwarringssoort: dat mannetje is wit in plaats van grijs op de onderzijde en mist de rozerode keel, en het vrouwtje heeft een roestrode kruin met een grijze band in de nek. Myiarchus-tirannen zitten even rechtop, maar zijn slanker, langer van staart met roest in de veren, langer van snavel, en veel beweeglijker. De koningstiran is zwart-wit met een witte staartpunt en jaagt vanaf open takken in het volle licht, terwijl de bekarde binnen in de kroon blijft. Een vrouwtje bekarde wordt vaak voor een grote vliegenvanger aangezien; de grijze kruin en de korte, dikke snavel maken het verschil.
Leefgebied
Hoge bomen aan de rand van bos, en bijna altijd in de buurt van water. In Arizona en Texas is hij volledig gebonden aan het galerijbos van Fremont-populier, Arizona-plataan en wilg langs de weinige kreken die het hele jaar water voeren. Zuidelijker gebruikt hij tropisch loofbos dat in de droge tijd kaal staat, halfopen dennen-eikenbos tot een hoogte van ongeveer 1.800 meter, en de schaduwbomen van koffieplantages en dorpsranden. Gesloten, donker regenwoud en open woestijn zonder bomen laat hij links liggen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van noordwestelijk Mexico, in Sonora, en van Tamaulipas zuidwaarts door Midden-Amerika tot in West-Panama; Costa Rica en Panama vallen buiten het gidsgebied en staan dus niet op de kaart. In de Verenigde Staten bereikt hij alleen Zuidoost-Arizona en het uiterste zuiden van Texas, wat hem daar tot een van de zeldzaamste broedvogels maakt: in Arizona gaat het om enkele paren langs Sonoita Creek en de Santa Cruz, in Texas om een handvol nesten in de vallei van de Rio Grande. De noordelijke vogels zijn zomervogels — ze komen in mei en zijn in september weer weg — terwijl de vogels van centraal Mexico en zuidelijker het hele jaar op hun plek blijven.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in juni of juli vroeg in de ochtend langs de populieren van Sonoita Creek bij Patagonia, of langs de rivieroever in het Santa Ana-reservaat in Texas, en luister naar het dunne, afglijdende fluitje. Zoek daarna niet de vogel maar zijn nest: die grote hangende bal aan het uiteinde van een dunne tak boven het pad of het water is van veraf te zien, en het paar keert er de hele dag naar terug. Kijk hoog en wacht: hij blijft in de kroon en verplaatst zich met korte, trage vluchten van tak naar tak.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) komt op ongeveer twee miljoen vogels en de stand lijkt stabiel; in verreweg het grootste deel van zijn areaal, in Mexico en Midden-Amerika, is hij een gewone vogel van bosranden. De paren aan de noordrand hangen echter volledig aan het galerijbos langs kreken die door grondwateronttrekking en droogte droogvallen. Verdwijnt dat bos, dan verdwijnt de soort uit dit gebied zonder dat de wereldstand er iets van merkt.
Wetenschappelijke naam
Pachyramphus aglaiae | (de Lafresnaye, 1839)
Lafresnaye beschreef de soort in 1839 als Pachyrhynchus aglaiae; die geslachtsnaam bleek al aan een groep kevers vergeven, en de vogel staat nu in Pachyramphus, dat Gray in 1840 invoerde — vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Pachyramphus is Grieks voor 'dikke snavel', uit pakhus, 'dik', en rhamphos, 'snavel'. Het soortdeel aglaiae eert Aglaé Brelay, de vrouw van de Franse verzamelaar Charles Brelay. Als typelocatie geldt Mexico; later is die nader bepaald op de omgeving van Jalapa in Veracruz.



