Alle soorten › Gierzwaluwachtigen
Gierzwaluwachtigen | Apodiformes
Swifts | Vencejos
Wereldwijd omvat deze orde ook de boomgierzwaluwen van Zuidoost-Azië. De vogels van deze orde delen extreem kleine, zwakke pootjes die niet geschikt zijn om te lopen of te hoppen, en een vleugelskelet met een kort bovenarmbeen en lange onderarm- en handbeenderen, wat zeer snelle en wendbare vleugelslagen mogelijk maakt. Vrijwel al het voedsel wordt vliegend bemachtigd, wat bij een klein lichaam en een hoge stofwisseling een grote energiebehoefte per dag oplevert. Bij koud weer of 's nachts kan die stofwisseling sterk vertragen, een soort verdoving (torpor) waarmee energie wordt gespaard. Het legsel is klein en de eieren zijn wit; de naakte jongen blijven tot ze volgroeid zijn in het nest.
Families in deze orde
- Gierzwaluwen | Apodidae5 soortenVrijwel alles speelt zich in de lucht af. Insecten worden met een wijd opengesperde bek uit de luchtstroom gezeefd, water wordt scherend van een meer opgeschept, en zelfs het nestmateriaal — veertjes, pluis en dorre twijgjes — wordt in volle vlucht gegrepen of van een tak gebroken. In de broedtijd zwellen de speekselklieren op; met dat taaie speeksel worden de takjes tot een halfrond bakje aaneengelijmd en aan een verticale wand vastgezet, in een schoorsteen, een holle boom of onder een overhangende rots. Daar houden de vogels zich vast met vier tenen die alle naar voren kunnen wijzen, gesteund door stijve staartveren met uitstekende schachten. Bij aanhoudend koud, nat weer, wanneer er geen insecten vliegen, zakt de stofwisseling van de jongen weg en overleven ze dagen zonder voedsel, waardoor het uitvliegen weken kan uitlopen. Rond zonsondergang draaien soms honderden vogels in een trechter een schoorsteen in; het geluid is een droog, snel geratel.
- Kolibries | Trochilidae19 soortenDe felle, metaalachtige kleuren in het verenkleed ontstaan niet door pigment maar door de fijne, laagsgewijze structuur van de veerbaarden, die licht breken en interfereren; onder een andere hoek bekeken kan dezelfde veer daardoor van stralend naar dof omslaan. De lange, gespleten tong werkt als een pompje dat nectar met capillaire werking naar binnen trekt, tot diep in bloembuizen die voor andere dieren ontoegankelijk zijn. Het vrouwtje bouwt het nest, broedt en voedt de jongen volledig alleen, terwijl het mannetje in Noord-Amerika indruk maakt met steile duikvluchten waarbij de staartveren in de luchtstroom gaan trillen en een scherp, mechanisch geluid produceren. Bij sommige soorten past de lengte van de kromme of rechte snavel nauwkeurig bij de vorm van de bloemen die in hun leefgebied bloeien, waardoor verschillende soorten in hetzelfde gebied van elkaar gescheiden voedselbronnen gebruiken.