Alle soorten › Keerkringvogels

Keerkringvogels | Phaethontiformes

Tropicbirds | Rabijuncos

Keerkringvogels zijn zeevogels met een gedrongen, wit lichaam, zwarte tekening op de vleugel en door het oog, en twee sterk verlengde middelste staartveren die als linten achter de vogel aan slepen. Alle vier de tenen zijn door zwemvliezen verbonden, maar de poten zijn kort en zitten ver naar achteren, zodat de vogel op het land nauwelijks kan staan en zich schuivend voortbeweegt. De vleugels zijn lang en smal en worden met snelle, stijve slagen bewogen, afgewisseld met korte glijvluchten; de snavel is zwaar, spits en langs de rand fijn gezaagd. Buiten de broedtijd blijven ze maandenlang boven open oceaan, ver van land, en rusten hoog op het water met de staartveren vrij van de golven.

Families in deze orde

  • Keerkringvogels | Phaethontidae3 soortenVis en inktvis worden gevangen door van grote hoogte in het water te storten, soms na even biddend boven de golven te hebben stilgehangen; de prooi wordt onder water gegrepen en aan de oppervlakte doorgeslikt. Er wordt alleen of met enkele vogels tegelijk gejaagd, ver van de broedplaats, en het zout uit het opgenomen zeewater verlaat het lichaam via klieren boven de ogen. Boven de kolonie vliegen groepjes langzaam en dicht naast elkaar, waarbij de staartlinten omlaag en zijwaarts worden gebogen en de vogels om elkaar heen draaien. Gebouwd wordt er niet: het ene ei ligt in een spleet onder een rotsblok, in een holte van een klifwand of onder dichte begroeiing, uit de zon en uit het zicht. Beide ouders broeden om beurten en brengen het voedsel in de krop mee; tussen twee bezoeken blijft het jong lang alleen achter, en het verlaat de nestplaats uiteindelijk zonder begeleiding en zoekt meteen de zee op. Bij de nestplaats en in de baltsvlucht klinken harde, ratelende en fluitende kreten; op zee zijn de vogels zwijgzaam.