Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Geoorde trogon

Geoorde trogon | Euptilotis neoxenus

Eared Quetzal | Trogón Orejón

De geoorde trogon is een vogel van de dennen-eikenbossen in de Sierra Madre Occidental van Mexico die af en toe, meestal in de nazomer en herfst, opduikt in dezelfde bergcanyons van Zuidoost-Arizona en Zuidwest-New Mexico waar ook de koperstaarttrogon broedt. Het mannetje heeft een zwarte kop, een metaalgroene rug en borst en een felrode buik; kenmerkend zijn de smalle, pluimachtige veertjes achter het oog die de soort zijn naam geven. Anders dan de koperstaarttrogon broedt hij er niet vast: in 45 jaar waarneming is er maar één nestpoging bekend.

Geoorde trogon (Euptilotis neoxenus)
Foto: Dario — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een reeks fluitende noten die geleidelijk aanzwellen, gevolgd door piepende en kwetterende geluiden; in vlucht laat de vogel een schelle, rammelende schreeuw horen die veel hoger en scherper klinkt dan de hese roep van de koperstaarttrogon. Waarnemers in Arizona herkennen de soort vaak eerder aan dit hoge geluid dan aan het oog, zeker in dichte, hoge naaldbossen waar de vogel zelf lang schuilgaat.

Luister: ZangXC1139854

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · Chiracahua Mountains, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een zwarte kop en keel, een glanzend metaalgroene rug, borst en staartbovenzijde, en een felrode buik en onderstaart die duidelijk feller is dan bij de koperstaarttrogon. Achter het oog steken enkele smalle, verlengde veren naar achteren, die van opzij een oorachtig plukje vormen. Het vrouwtje heeft een grijze in plaats van zwarte kop, borst en bovenbuik en een minder uitgebreide, maar even felle rode onderbuik; ook zij draagt het groene bovenlichaam. Beide geslachten zijn aanmerkelijk groter dan de koperstaarttrogon, met een grijze in plaats van gele snavel. De vlucht is krachtiger en directer dan bij de kleinere trogonsoorten, met een duidelijk zichtbare, brede staart.

Verwarrings­soorten

De koperstaarttrogon, die in dezelfde canyons broedt, is kleiner, heeft een gele snavel, een witte borstband die de geoorde trogon mist, en een hese, kwakende roep in plaats van het hoge piepen van deze soort; de oorpluimen ontbreken bij de koperstaarttrogon volledig. In Mexico overlapt het areaal met de bergtrogon (Trogon mexicanus), die eveneens rood-groen gekleurd is maar duidelijk kleiner blijft en de karakteristieke oorpluimen mist. Omdat de geoorde trogon buiten Mexico zeldzaam is en vaak op dezelfde plekken als de koperstaarttrogon wordt gezocht, wordt een verwarde melding van de ene soort voor de andere als de belangrijkste bron van fouten genoemd; de oorpluimen en de grijze snavel geven in twijfelgevallen de doorslag.

Leefgebied

Rijp dennen-eikenbos en naaldbos van de hogere bergstreken, doorgaans tussen de achttienhonderd en drieduizend meter, met een voorkeur voor smalle, beboste canyons met een permanente beek. In Arizona is de soort steeds waargenomen in dezelfde hoog gelegen naaldbossen met inheemse vruchtdragende bomen als netelboom en madroño die de vogels als voedsel gebruiken; open, droog struweel en laagland mijdt hij volledig.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het kerngebied ligt in de Sierra Madre Occidental van Mexico, van het noorden van Sonora en Chihuahua zuidwaarts tot het westen van Michoacán. Van 1977 tot 2021 zijn in Arizona en New Mexico 66 waarnemingen vastgelegd, verspreid over 27 van de 45 onderzochte jaren, met de Chiricahua-, Huachuca- en Santa Rita-bergen als de drie belangrijkste gebieden; de noordelijkste waarneming kwam uit Chevelon Canyon op de Mogollon Rim, ruim driehonderdtwintig kilometer boven de Mexicaanse grens. De waarnemingen pieken in de nazomer en herfst (augustus tot november), met een tweede, kleinere golf in de winter; broeden is er maar één keer vastgesteld, in 1991 in Ramsey Canyon, waar het legsel na een vroege sneeuwstorm mislukte. Of de vogels die de grens oversteken op zoek zijn naar nieuw broedgebied of gewoon van hun route afdwalen, is nooit met zekerheid vastgesteld.

Waar en wanneer kijken

Zoek in de nazomer en herfst in hoog gelegen naaldbos met bramen, netelboom of madroño langs een beek, en let op het hoge, piepende geluid eerder dan op een glimp van kleur; de vogel zit vaak stil, hoog en verscholen in het kronendak. De Chiricahua-, Huachuca- en Santa Rita-bergen leveren de meeste waarnemingen op, maar een bezoek geeft geen garantie: de soort duikt onvoorspelbaar op en kan dagen tot weken op dezelfde plek blijven of net zo plotseling weer verdwijnen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC); het kerngebied in de bergbossen van Mexico is groot en de soort wordt daar als niet zeldzaam beschouwd, al is goed onderzoek naar de precieze aantallen schaars. Binnen de Verenigde Staten en Canada is de soort per definitie een dwaalgast zonder vaste broedpopulatie, zodat instandhoudingsmaatregelen zich richten op het Mexicaanse leefgebied: het behoud van rijp dennen-eikenbos langs bergbeken tegen houtkap en het effect van klimaatverandering op de timing van de najaarsverplaatsingen.

Wetenschappelijke naam

Euptilotis neoxenus | (Gould, 1838)

Gould beschreef de soort in 1838 als Trogon neoxenus en plaatste haar in 1858 zelf in het nieuwe geslacht Euptilotis; vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht is gevormd uit het Griekse eu, 'goed' of 'mooi', ptilon, 'veer', en het achtervoegsel -otis, 'oor', naar de verlengde veren achter het oog die de soort zijn Engelse naam Eared Quetzal geven. neoxenus combineert het Griekse neos, 'nieuw', met xenos, 'vreemdeling' of 'gast' — tot "nieuwe vreemdeling" — een verwijzing naar de afwijkende, nieuw ontdekte vogel die Gould als vreemde eend tussen de trogons zag.