Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Himalayaberghoen
Himalayaberghoen | Tetraogallus himalayensis
Himalayan Snowcock | Perdigallo Himalayo
Het himalayaberghoen is een van de grootste hoenderachtigen van Noord-Amerika: een grijze, forse vogel van zo'n zestig tot zeventig centimeter die zijn hele Noord-Amerikaanse bestaan slijt boven de boomgrens in één bergketen in Nevada. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw houdt een kleine, wilde populatie stand in de Ruby Mountains, ver van elke andere plek waar de soort buiten Azië voorkomt. Wie hem wil zien moet hoog klimmen.
Geluid
De roep is een luid fluitsignaal van drie stijgende delen, dat over de kale rotshellingen ver draagt en vaak het eerste — en enige — teken van zijn aanwezigheid is. Daarnaast klinkt een schel, hoog piepend geluid, vooral wanneer de vogels elkaar op grote afstand over een ravijn heen antwoorden. Mannetjes roepen het meest in de vroege ochtend, kort na zonsopgang, wanneer de groepen zich over de hellingen verspreiden om te foerageren. Wie tussen het rotsgesteente zit, hoort de roep vaak minuten voordat er een vogel te zien is, als hij al zichtbaar wordt.
Opname: Erik Hansson — CC BY-NC-SA 4.0 · Mountain south of Shumbylak,Almaty, Karasay District, Almaty Region, Kazakhstan · xeno-canto
Herkenning
Een grote, gedrongen hoenderachtige met een grijze bovenzijde met roodbruine veerzomen, een grijze borst met donkere golvende dwarsbanden en een wit keelveld dat aan weerszijden door een kastanjebruine streep wordt omzoomd. De kop draagt donkere oorvlekken, en het mannetje heeft aan elke poot een lange spoor die bij het vrouwtje ontbreekt of veel kleiner is. In de vlucht vallen de witte, zwart getipte handpennen en de roodbruine buitenste staartveren op tegen de verder grijze vogel. Door zijn omvang — bijna het gewicht van een kleine kalkoen — en zijn voorkeur voor kale, steile hellingen is hij niet met een andere vogel te verwarren.
Verwarringssoorten
Binnen zijn beperkte Noord-Amerikaanse areaal is verwarring nauwelijks mogelijk: geen andere hoenderachtige in de Ruby Mountains benadert zijn omvang of zijn voorkeur voor kaal gesteente boven de boomgrens. Van veraf kan een groep in vlucht aan een troep wilde kalkoenen (Meleagris gallopavo) doen denken, maar die blijft ver onder de boomgrens en heeft een lange, waaiervormige staart in plaats van de korte, roodbruine staart van het himalayaberghoen. De Aziatische steenpatrijs, die dezelfde bergketens lager op de helling bewoont, is veel kleiner en effen grijsbruin zonder de brede kastanjebruine keelomlijsting.
Leefgebied
Hij leeft op kale, steile alpiene hellingen en rotsplateaus ruim boven de boomgrens, waar grassen, kruiden en lage struiken tussen het puin de enige begroeiing vormen. In de Ruby Mountains betekent dat de toppen en cirques boven ongeveer tweeduizend zevenhonderd meter, met pinyon (laaggroeiende den van de droge zuidwestelijke bergvoeten)-jeneverbesbos en salieveld als overgangszone eronder. In strenge winters zakt hij naar lager gelegen, wind-vrije hellingen, maar keert bij de eerste dooi terug naar de kammen. Bos en dichte begroeiing mijdt hij volledig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In Noord-Amerika komt het himalayaberghoen alleen voor in de Ruby Mountains en de aangrenzende East Humboldt Range bij Elko, in het noordoosten van Nevada, waar tussen 1963 en 1979 meer dan tweeduizend vogels uit Pakistan zijn uitgezet. Van die introductie is een kleine, zichzelf in stand houdende populatie van naar schatting enkele honderden vogels overgebleven — de enige plek ter wereld buiten Centraal-Azië waar de soort in het wild leeft. Hij trekt niet en verlaat het bergmassief niet; pogingen om de soort elders in het westen van de Verenigde Staten te vestigen zijn niet aangeslagen.
- Broedvogel (zomer)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Beklim in de vroege ochtend een van de paden naar Lamoille Canyon of Liberty Pass in de Ruby Mountains en scan de kammen boven de boomgrens met een telescoop; de vogels worden op die afstand vaker gehoord dan gezien. Vroeg in de zomer, voor de sneeuw helemaal is gesmolten, houden de groepen zich dicht bij de laatste sneeuwvelden, waar ze water vinden.
Staat van instandhouding
Wereldwijd is het himalayaberghoen niet bedreigd (LC); in zijn oorspronkelijke areaal in Centraal-Azië is de soort wijdverspreid. De Noord-Amerikaanse populatie is klein — enkele honderden vogels — en volledig beperkt tot één bergketen, wat haar gevoelig maakt voor een enkele strenge winter of een verandering in het beheer van het gebied. Nevada staat een kort, sterk beperkt jachtseizoen toe, waarbij het aantal vergunningen jaarlijks op de stand van de populatie wordt afgestemd.
Wetenschappelijke naam
Tetraogallus himalayensis | Gray, 1843
Gray beschreef de soort in 1843 als Tetraogallus Himalayensis, in hetzelfde geslacht waarin hij nog steeds staat; auteur en jaartal staan daarom zonder haakjes. Het geslacht Tetraogallus is samengesteld uit het Griekse tetraōn, 'auerhoen', en het Latijnse gallus, 'haan', naar de combinatie van een auerhoenachtige bouw met het formaat van een grote hoenderachtige. De soortnaam himalayensis betekent 'van de Himalaya', naar het gebergte waar de soort voor het eerst werd beschreven.




