Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Westelijke struikgaai

Westelijke struikgaai | Aphelocoma californica

California Scrub-Jay | Chara californiana

De westelijke struikgaai is de gaai van de droge laaglanden langs de Grote Oceaan, van Washington tot Neder-Californië. Hij is kuifloos, blauw met een grijsbruine rug, en hij komt tot in tuinen en parken. De soort legt eikels in duizenden aparte bergplaatsen aan en vindt die maanden later terug.

Westelijke struikgaai (Aphelocoma californica)
Foto: Saiquaticlifeform — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het meest gehoorde geluid is een harde, rasperige sjriek, meestal in reeksen van drie tot zes en met stijgende toon. Daarnaast is er een omhooggetrokken wiep, een droge ratel en een zacht, langdurig gemurmel dat alleen op korte afstand hoorbaar is. Er zijn ongeveer twintig onderscheiden roeptypen beschreven, waaronder een aparte roep bij het zien van een roofvogel. Een echte zang ontbreekt.

Luister: RoepXC914678

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · Apple Orchard Spring, Washoe County, Nevada, United States · xeno-canto

Herkenning

Een slanke, langstaartige gaai zonder kuif. Kop, vleugels en staart zijn diepblauw, de rug grijsbruin, de onderdelen lichtgrijs met een witte keel die door een blauwe halsband wordt omsloten. Boven het oog loopt een witte wenkbrauwstreep, door het oog een donker masker. De borstband is goed ontwikkeld en meestal vrijwel doorlopend. De snavel is zwaar en aan de punt haakvormig — een vorm die het openbreken van eikels mogelijk maakt. Vliegend wisselt hij snelle vleugelslagen met korte glijstukken en houdt hij de staart lang en recht.

Verwarrings­soorten

Tot 2016 golden deze soort, Woodhouse' struikgaai en de eilandstruikgaai samen als één soort, de western scrub-jay. Woodhouse' struikgaai is bleker en doffer blauw, heeft grijzere onderdelen, nauwelijks een borstband en een rechtere, spitsere snavel; de roep is hoger. De twee raken elkaar in West-Nevada, waar goed kijken nodig is; daarbuiten is het areaal doorslaggevend, want Woodhouse' zit oostelijk van de Sierra Nevada. De eilandstruikgaai is groter, dieper blauw en zwaarder gesnaveld en zit alleen op Santa Cruz Island. Stellers gaai heeft een zwarte kop met kuif. De pinyongaai is egaal grijsblauw zonder witte keel of borstband en heeft een korte staart.

Leefgebied

Droog struweel, chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat), eikenbos en de randen van gemengd altijdgroen bos in het laagland, en verder tuinen, parken, straatbomen en boomgaarden. Dichte struiken en kleine bomen leveren het nest; grote eiken leveren het voedsel. Aaneengesloten naaldbos op hoogte mijdt hij; daar staat Stellers gaai. In de noordelijke helft van het areaal breidde hij zich uit langs bewoond gebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel langs de Pacifische kuststreek, van Zuidwest-Brits-Columbia en West-Washington door Oregon en Californië tot in Neder-Californië, en oostwaarts tot de westhelling van de Sierra Nevada en West-Nevada bij Reno. In de twintigste en eenentwintigste eeuw schoof de noordgrens op: Washington werd bezet en in 2020 zat de soort tot in het Puget Sound-gebied. Trek is er niet; jonge vogels vestigen zich meestal op korte afstand van hun geboorteplaats.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In elke Californische voortuin met een eik of een voedertafel is hij binnen het uur te vinden, het hele jaar door. Let bij twijfel met Woodhouse' struikgaai op de borstband en de snavel: een doorlopende blauwe band en een dikke, gehaakte snavel wijzen op deze soort. In het najaar zijn vogels met een eikel in de snavel te volgen naar de plek waar ze hem begraven.

Staat van instandhouding

De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek en de aantallen zijn over het geheel genomen stabiel of stijgend; de uitbreiding naar het noorden gaat door. Het westnijlvirus drukte de aantallen plaatselijk, vooral in de Central Valley van Californië. Sloop van eikenlandschap voor bebouwing kost leefgebied, maar de soort houdt zich in buitenwijken met opgaand groen. Tellingen gaan grotendeels op de Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) en de kerstvogeltelling.

Wetenschappelijke naam

Aphelocoma californica | (Vigors, 1839)

Nicholas Aylward Vigors beschreef de soort in 1839 als Garrulus californicus, naar een exemplaar uit Monterey in Californië; omdat ze later naar een ander geslacht is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Aphelocoma komt van het Griekse apheles 'eenvoudig, glad' en komē 'haardos', naar het effen, ongebarreerde verenkleed. Het soortdeel californica is Latijn voor 'uit Californië'. De Engelse naam veranderde in 2016 van Western Scrub-Jay in California Scrub-Jay toen de soort in drieën werd gesplitst.