Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Woodhouse' struikgaai
Woodhouse' struikgaai | Aphelocoma woodhouseii
Woodhouse's Scrub-Jay | Chara de Woodhouse
Woodhouse' struikgaai is de struikgaai van het binnenland: het Grote Bekken, de zuidelijke Rocky Mountains, de Chihuahuawoestijn en de Mexicaanse hoogvlakte. Hij is doffer blauw dan zijn westelijke tegenhanger en heeft een spitsere snavel, aangepast op pijnboompitten in plaats van eikels.
Geluid
De roep is een harde, krassende sjrie, hoger van toon dan bij de westelijke struikgaai en meestal in reeksen van drie tot zes. Daarnaast klinkt een omhooggetrokken wiep en een droge ratel. Zang in de gewone zin heeft hij niet; in het territorium gebruiken paren zachte, gemompelde reeksen. Vogels van de zuidelijke Mexicaanse groep, soms als Sumichrasts struikgaai apart gehouden, hebben afwijkende roepen.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Capulalpam de Méndez, Capulalpam de Méndez, Oaxaca, Mexico · xeno-canto
Herkenning
Kuifloze gaai met blauwe kop, vleugels en staart, een grijsbruin rugveld en grijze onderdelen. De keel is vuilwit en gaat zonder scherpe grens over in de borst: de blauwe halsband is flauw of ontbreekt. De wenkbrauwstreep is smaller en minder wit dan bij de westelijke struikgaai. De snavel is recht en spits, zonder duidelijke haak. Het geheel oogt bleker, grijzer en minder contrastrijk; in fel licht valt vooral het ontbreken van de borstband op.
Verwarringssoorten
Deze soort, de westelijke struikgaai en de eilandstruikgaai werden tot 2016 als één soort behandeld, de western scrub-jay. De westelijke struikgaai is dieper blauw, heeft schoon witte onderdelen, een duidelijke doorlopende blauwe borstband en een dikke, aan de punt gehaakte snavel, en leeft westelijk van de Sierra Nevada; alleen in West-Nevada raken de arealen elkaar. De eilandstruikgaai is groter en dieper blauw en blijft op Santa Cruz Island. De Noord-Mexicaanse gaai lijkt van dichtbij het meest: die is groter, heeft een egaal grijze keel en borst zonder wit keelveld en zonder halsband, en leeft in groepen van vijf tot twintig vogels, terwijl Woodhouse' struikgaai in paren blijft. De pinyongaai is egaal grijsblauw en kortstaartig.
Leefgebied
Pinyon (laaggroeiende den van de droge zuidwestelijke bergvoeten)-jeneverbesbos is het kerngebied, verder droog struweel, eikenstruweel, sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland) met opgaande struiken, mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes)-bosjes langs droge beddingen en, aan de zuidkant van het areaal, dennen-eikenbos op middelhoogte. Ook in dorpen, wegbermen en tuinen binnen dat gebied. Het bereik ligt lager dan dat van de pinyongaai en de Noord-Mexicaanse gaai waar die samen voorkomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van Zuidoost-Oregon en Zuid-Idaho door Nevada, Utah, West-Colorado, Zuidwest-Wyoming, Arizona en New Mexico tot West-Texas, en verder zuidwaarts over de Mexicaanse hoogvlakte tot in Puebla, Veracruz, Oaxaca en Guerrero. Trek ontbreekt, maar in jaren met een misoogst aan pijnboompitten zwerven groepen buiten het gewone areaal, soms honderden kilometers ver. Het zuidelijke Mexicaanse deel van het areaal is gescheiden van de rest.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in pinyon-jeneverbesbos in Utah, Nevada of New Mexico; hij zit vaak op de top van een jeneverbes of steekt laag over een weg. Waar de arealen elkaar in West-Nevada raken, is de borstband het snelste kenmerk: doorlopend en blauw bij de westelijke struikgaai, afwezig of hooguit als vage vlekken bij deze soort.
Staat van instandhouding
De soort geldt als niet bedreigd (LC) en de aantallen zijn stabiel. Het knelpunt is het verwijderen van pinyon-jeneverbesbos: sinds de twintigste eeuw is op grote schaal gekapt, gerooid en gebrand om het naar weidegrond of sagebrush om te zetten. Ook het westnijlvirus treft corviden in dit gebied. In warmere en drogere jaren sterven pinyondennen massaal af, wat het voedselaanbod in een deel van het areaal verlaagt.
Wetenschappelijke naam
Aphelocoma woodhouseii | (Baird, 1858)
Spencer Fullerton Baird beschreef de soort in 1858 als Cyanocitta woodhouseii, naar materiaal van Fort Thorn in New Mexico; omdat ze later naar een ander geslacht is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het soortdeel eert Samuel Washington Woodhouse, arts en natuuronderzoeker bij de Amerikaanse landmetingsexpedities in het zuidwesten. Aphelocoma komt van het Griekse apheles 'eenvoudig, glad' en komē 'haardos', naar het effen verenkleed. De Engelse naam Woodhouse's Scrub-Jay is in gebruik sinds de splitsing van 2016.






