Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Humes bladkoning
Humes bladkoning | Phylloscopus humei
Hume's Warbler | Mosquitero de Hume | Tienschan-Laubsänger | עלווית לבנת-גבות | Pouillot de Hume
De grauwe, laat-najaarse tweelingzuster van de bladkoning, afkomstig uit de bergen van Centraal-Azië. Hij komt gemiddeld een maand later dan de bladkoning, blijft soms de hele winter hangen in een beschut park of langs een beek, en wordt vrijwel uitsluitend op de roep gevonden.
Geluid
De roep is vlakker en minder scherp dan die van de bladkoning: een tweelettergrepig, licht dalend of gelijkblijvend tsju-wiet, of een droog, wat mezenachtig wesoe dat aan een kuifmees of matkop doet denken. Waar de bladkoning eindigt met een opzwiepend, doordringend tsuu-iest, blijft Humes bladkoning op de vlakte: minder scherp, minder luid en zonder de uithaal naar boven. Vaak roept hij maar een paar keer per minuut, wat het opsporen lastig maakt. De zang, in Europa zelden gehoord, is een hoge, ijle, aanhoudend herhaalde reeks van twee of drie tonen.
Opname: Shyamal L — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Even klein als de bladkoning maar overal doffer en kouder van kleur: grijsgroen tot grijsbruin boven, zonder frisse olijftint, en vuilwit tot grauwbeige onder. De lange wenkbrauwstreep is vuilwit of licht beige, niet roomgeel. Op de vleugel staat één duidelijke lichte streep over de grote dekveren; de tweede, over de middelste dekveren, is vaag of ontbreekt geheel. Snavelbasis en poten zijn de beste steun: de snavel is vrijwel geheel donker, met hooguit een spoortje licht onderaan, en de poten zijn donkerbruin tot zwart. Een lichte kruinstreep ontbreekt of is nauwelijks aan te wijzen. In vers najaarskleed kan hij contrastrijk lijken; de kleur alleen is daarom niet beslissend.
Verwarringssoorten
Bladkoning is de enige echte verwarringssoort: helderder groen, een geelwitte wenkbrauwstreep, twee duidelijke vleugelstrepen waarvan de bovenste goed zichtbaar blijft, een oranjeroze snavelbasis en lichtbruine tot vleeskleurige poten. Bij twijfel wint het geluid het altijd van het beeld. Pallas' boszanger heeft een felgele kruinstreep en gele stuit. Tjiftjaf is groter, bruiner en heeft helemaal geen vleugelstreep.
Leefgebied
Broedt hoog in de bergen van Centraal-Azië — Tiensjan, Altai, Pamir en de westelijke Himalaya — in open naaldbos en dwergstruweel van jeneverbes en wilg tot boven de boomgrens. In Europa in het late najaar en de winter in beschutte struwelen: kustbosjes, duindoorn en vlier, wilgen en elzen langs beken en sloten, waterzuiveringen, parken en oude begraafplaatsen, vaak dagenlang op dezelfde vaste ronde.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Een Aziatische soort die normaal overwintert in het noorden van het Indisch subcontinent. In Noordwest-Europa een zeldzame maar jaarlijkse gast, met de nadruk op de tweede helft van november en december, langs de kust maar ook landinwaarts. In Iberië is hij een zeer zeldzame dwaalgast, vooral in de winter aan de noordkust.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De tweede helft van november en december, na een periode met oostenwind, in beschut struweel achter de zeereep of langs een beek met elzen en wilgen. Trek elke late 'bladkoning' na: na half november is de kans op Humes reëel. Neem de tijd, want deze soort roept spaarzaam; zoek de vogel in de gemengde mezengroep en let bij het zien vooral op de donkere snavel en poten en op de zwakke tweede vleugelstreep.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een groot en ontoegankelijk broedareaal in de Centraal-Aziatische gebergten waar geen aanwijzingen voor afname zijn. Het aantal Europese waarnemingen neemt toe, maar dat komt vooral doordat de roep tegenwoordig breed bekend is en veel waarnemers hun opnames terugluisteren.
Wetenschappelijke naam
Phylloscopus humei | (Brooks, 1878)
Brooks beschreef de soort in 1878 als Reguloides humei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. humei eert Allan Octavian Hume (1829–1912), Brits bestuursambtenaar in India en ornitholoog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit noordwestelijk Pakistan.



