Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Korhoen

Korhoen | Lyrurus tetrix

Black Grouse | Gallo lira común | Birkhuhn | שכווי שחור | Tétras lyre

Korhoenders baltsen op vroege lentemorgens in groepen op vaste baltsplaatsen. In de Lage Landen is de soort bijna verdwenen; op de Sallandse Heuvelrug houdt nog een kleine populatie stand.

Korhoen (Lyrurus tetrix)
Hoofdfoto · Foto: Spjutkastare — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Baltsende hanen houden een aanhoudend, borrelend gekoer aan, een ver dragend roekoe-roekoe-roe, onderbroken door een explosief blazend tsjoe-wiesj. Op stille ochtenden draagt het geluid kilometers ver, vooral tussen half maart en eind mei, van het eerste licht tot ruim na zonsopkomst.

Luister: BaltsroepWikimedia Commons

Opname: Carl Steinbeißer — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Het mannetje is glanzend blauwzwart met een lierstaart, witte onderstaartdekveren en een gezwollen rode wenkbrauwroos; in vlucht valt een brede witte vleugelstreep op. Het vrouwtje, de korhen, is grijsbruin met dichte donkere dwarsbanden en een licht gevorkte staart. Beide geslachten hebben bevederde poten en een gedrongen, kortnekkig silhouet.

Verwarrings­soorten

De korhen wordt het vaakst verward met een auerhoenhen of, verder zuidelijk, met een fazanthen. Formaat, de gevorkte staart en de witte vleugelstreep scheiden haar van het veel grotere auerhoen; van de fazant verschilt ze door de korte staart en de fijnere, koudere dwarsbandering.

Leefgebied

Overgangszones tussen open en gesloten landschap: droge en vochtige heide met verspreide berken en vliegdennen, veenranden, jonge aanplant en de berkenzone boven de boomgrens in het gebergte. Kuikens hebben een insectenrijke kruidlaag nodig; volwassen vogels schakelen in de winter over op berkenkatjes en naalden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van de Alpen en de Britse hooglanden noordwaarts door Scandinavië en oostwaarts tot in Siberië, met versnipperde restpopulaties in Midden-Europa. Aan de westrand van het areaal houdt de populatie op de Sallandse Heuvelrug stand dankzij bijplaatsing van vogels uit Scandinavië. In Iberië komt de soort niet voor; in de Pyreneeën stierf hij eind 19e eeuw uit.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Kom in april op een windstille ochtend ruim voor zonsopkomst en blijf op afstand bij een uitkijkpunt of langs de weg. Luister eerst en zoek daarna met de telescoop: het gekoer wijst de baltsplaats eerder aan dan het oog.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In het West-Europese laagland staat de soort op de rand van uitsterven na een ineenstorting door vermesting, vergrassing, verdroging, versnippering en hoge predatiedruk; alleen intensief beheer en bijplaatsing houden de resterende populaties overeind. Ook in Midden-Europa en de Alpen gaat het korhoen achteruit, terwijl de populaties in Scandinavië en verder oostwaarts nog groot zijn.

Wetenschappelijke naam

Lyrurus tetrix | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tetrao tetrix; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lyrurus werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Lyrurus is Grieks, van lura 'lier' en -ouros '-staartig', naar de liervormig gebogen staartveren van het mannetje. tetrix is bij Griekse en Latijnse schrijvers de naam van een hoenderachtige vogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.