Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Patrijs

Patrijs | Perdix perdix

Gray partridge | Perdiz pardilla

De patrijs is de vogel van de ouderwetse akker: een rond, grijsbruin hoen dat liever wegloopt dan opvliegt. In de schemering klinkt het roestige geknars van een paar.

Patrijs (Perdix perdix)
Foto: TRinaud — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een schor, roestig kèrr-ik, alsof een oude poort opengaat, meestal in de schemering vanaf een pad of akkerrand. Bij het opvliegen klinkt een gehaast rick-rick-rick. Het meest te horen van februari tot april, wanneer paren hun territorium afbakenen.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Jochem Verweij — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Compact hoen met oranjebruin gezicht, grijze hals en borst en fijn getekende, warmbruine flanken. De meeste vogels dragen een donkerbruine hoefijzervlek op de buik, bij het mannetje groter en voller. In vlucht vallen de roestbruine staartzijden op en de snelle, lage, zoemende vleugelslag waarmee de vogel over de kluiten scheert.

Verwarrings­soorten

In Nederland is er nauwelijks iets anders, maar in Zuid-Europa en rond uitzetplaatsen speelt de rode patrijs mee; die heeft een wit gezicht met zwarte omranding, een rode snavel en scherpe zwarte flankstrepen. Jonge patrijzen zijn egaal geelbruin en gestreept en lijken dan sterk op een grote kwartel.

Leefgebied

Kleinschalig, open akkerland met veel randen: ruige slootkanten, houtwallen, keverbanken, stoppelvelden en braakstroken. Broedt in dichte, ruige vegetatie langs perceelsranden. De kuikens zijn de eerste weken volledig afhankelijk van insecten, en daarmee van onbespoten, kruidenrijke akkerranden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van Ierland oostwaarts tot West-Siberië, met de hoogste dichtheden in Midden- en Oost-Europa. In Nederland verspreid over de akkerbouwgebieden van Groningen, Flevoland, Zeeland en Limburg. In Spanje beperkt tot het noorden, waar een eigen ondersoort in hooggelegen graslanden en bremvelden van de Cantabrische bergen en de Pyreneeën leeft.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in maart bij zonsondergang de randen van akkerbouwgebieden af en rijd langzaam over landwegen; roepende paren staan dan vaak op kale grond of stoppels. Scan de perceelsranden met de kijker: de oranje kop licht op in laag zonlicht terwijl het lichaam volledig wegvalt tegen de kluiten.

Staat van instandhouding

In Nederland sinds de jaren zestig sterk afgenomen en als Rode Lijst-soort nog altijd afnemend; hetzelfde beeld geldt voor vrijwel heel West-Europa. Schaalvergroting, het verdwijnen van kruidenrijke randen met onkruidzaden, insectenverlies, vroeg maaien en hoge predatiedruk in een kaal landschap werken alle in dezelfde richting.

Wetenschappelijke naam

Perdix perdix | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tetrao perdix; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Perdix werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Perdix is de Latijnse vorm van het Griekse perdix, 'patrijs'. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.