Alle soorten › Steltloperachtigen › Grielen
Grielen | Burhinidae
Stone-curlews | Alcaravanes
Grote gele ogen en een korte, stevige snavel met een verdikte punt: het zijn vogels van de schemering en de nacht, die overdag roerloos op de grond blijven en door hun zandbruine, gestreepte kleed nauwelijks van de bodem zijn te onderscheiden. De poten zijn lang, met een opvallend verdikt gewricht halverwege waaraan de groep zijn naam dankt, en dragen drie korte, dikke tenen zonder achterteen. Ze leven op droog, stenig of zanderig open terrein, vaak ver van water, en pakken lopend kevers, wormen, hagedissen en muizen. Het nest is een kuiltje met twee eieren; bij het invallen van de avond klinkt een ver dragende, klagende roep.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.








