Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen
Winterkoningen | Troglodytidae
Wrens | Chochines
Zeer kleine, bolle vogels met korte ronde vleugels en een korte staart die vaak rechtop wordt gedragen, en met een fijne, licht gebogen snavel om insecten uit spleten te peuteren. Ze bewegen zich muisachtig door de onderste laag van bos, houtwallen, muren en oevers, glippen weg in wortelkluiten en houtstapels, en houden zich meer op de grond dan in de struik op. De zang is voor zo'n klein lichaam buitengewoon luid: een lange, harde roffel met een ratel erin, jaarrond te horen. Het nest is een overdekte bol met de ingang opzij, waarvan het mannetje er meerdere bouwt zodat het vrouwtje kan kiezen; op één soort na leeft de hele familie in Amerika.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.





