Alle soorten › Trapachtigen

Trapachtigen | Otidiformes

Bustards | Avutardas

Grote, zwaargebouwde loopvogels van open, boomloze vlakten die vrijwel alles op de grond doen: de poot heeft drie stevige, brede tenen en geen achterteen, zodat ze niet op een tak kunnen zitten. Ze lopen bedachtzaam met opgeheven hals en drukken zich bij gevaar liever plat of lopen weg dan dat ze opvliegen, al zijn ze met lange brede vleugels sterke vliegers; enkele soorten behoren tot de zwaarste vogels die nog van de grond komen. Een stuitklier ontbreekt; het verenkleed wordt onderhouden met dicht poederdons. Het voedsel is gemengd: kruiden, bladeren, zaden en peulvruchten, aangevuld met grote insecten en ander klein dierlijk voedsel.

Families in deze orde

  • Trappen | Otididae4 soortenZandkleurige bovenzijde met fijne zwarte golflijntjes, egaal grijze hals en witte onderzijde: op een steppe of bouwland is een stilstaande vogel bijna onvindbaar, en dat is de eerste verdediging. Mannetje en vrouwtje verschillen sterk in formaat — bij de grootste soorten weegt het mannetje enkele malen zoveel — en er is geen paarband: mannetjes vertonen zich op vaste baltsplekken, waar ze hals- en onderstaartveren opzetten tot een witte bal die van kilometers ver zichtbaar is. Het vrouwtje gaat daarna alleen verder: twee of drie eieren in een kuiltje in de kale grond, alleen bebroed, en jongen die meteen meelopen maar de eerste weken nog door haar gevoerd worden. In de vlucht trage, diepe slagen met gestrekte hals, waarbij grote witte vlakken in de vleugel oplichten.