Alle soorten › Ooievaarachtigen

Ooievaarachtigen | Ciconiiformes

Storks | Cigüeñas

Grote, langpotige vogels met een lange hals en een zware, lange snavel, die hun voedsel lopend bemachtigen in ondiep water, natte graslanden en op akkers. Ze vliegen met gestrekte hals en met de poten ver voorbij de staart, op brede vleugels met sterk gevingerde punten, en leggen grote afstanden liever zwevend op thermiek af dan op eigen vleugelslag. De stemkop is sterk vereenvoudigd: volwassen vogels laten zelden en zwak geluid horen en onderhouden hun contact vooral met de snavel. De jongen komen bedonsd maar hulpeloos uit het ei en blijven weken op het nest.

Families in deze orde

  • Ooievaars | Ciconiidae2 soortenDe snavel is recht en spits en dient zowel om in ondiep water te tasten als om prooi op het droge te grijpen; het menu loopt van kikkers, hagedissen en muizen tot grote insecten en afval van vuilstortplaatsen. Bij het nest klepperen de vogels met de snavel, met de kop ver naar achteren gelegd; dat klepperen neemt de plaats in van zang. Ze poepen op hun eigen poten om af te koelen, waardoor die vaak wit belopen lijken in plaats van rood. Het nest is een omvangrijke takkenhoop op een dak, paal, rots of boomtop, die jarenlang opnieuw wordt gebruikt en steeds zwaarder wordt; de jongen worden gevoerd doordat de ouders het voedsel op de nestbodem uitbraken.