Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers
Reigers | Ardeidae
Herons and bitterns | Garzas y avetoros
In het midden van de hals staan verkorte wervels, waardoor de hals tot een Z gevouwen kan worden en in één beweging vooruit kan schieten; de rechte, spitse snavel werkt daarbij als speer of pincet. Ze jagen staand of langzaam lopend in ondiep water op vis, amfibieën, insecten en kleine zoogdieren, en vliegen als enige langpotige waadvogels met de hals ingetrokken tussen de schouders en de poten achter de staart uit. Op borst en flanken zitten plekken poederdons dat voortdurend afbrokkelt; met de kamvormig gezaagde nagel van de middelste teen kammen ze dat poeder door het verenkleed om slijm en vislijm te binden. Het nest is een platform van takken of riet, meestal in een kolonie; er worden drie tot zes eieren gelegd en er wordt vanaf het eerste ei gebroed, zodat de jongen om de dag uitkomen en sterk in grootte verschillen.
Inheemse soorten 11 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Roerdompen | Botaurinae
2 soorten
Kort van poot, dik van hals en zwaar van snavel, met een verenkleed van bruin, okergeel en zwart waarin overlangse strepen de omtrek van de vogel breken tussen de rechte halmen. Ze houden zich op in oud, dicht riet en komen daar zelden uit; klimmend langs de stengels, op lange grijpende tenen, jagen ze alleen en stoten de hals vanuit een lage kromming vooruit. Bij onraad rekken ze hals en snavel loodrecht omhoog en wiegen mee met het riet, zodat de streping doorloopt in de vegetatie. Het nest is een eigen platform van geknakt riet vlak boven het water, ver van andere paren vandaan. De stem draagt kilometers ver: een diepe, holle bulder in de voorjaarsnacht.
Botaurus 2 soorten
Reigers en zilverreigers | Ardeinae
9 soorten
Lang van poot en hals, met een verenkleed dat meestal in één toon blijft: wit, grijs, blauwgrijs of roodbruin, zonder de doorlopende streping van de roerdompen. Ze jagen in het open veld, langs oevers, in ondiep water en op weiland, roerloos wachtend of stap voor stap lopend, en zijn van verre te zien; de hals blijft daarbij in de Z-knik en schiet in één beweging naar de prooi. In de broedtijd groeien lange sierveren op rug, borst en kruin en kleuren snavel, poten en teugel fel op. Ze broeden meestal in kolonies, hoog in bomen of in struweel boven water, waar de nesten dicht bijeen liggen. De stem is een schorre, rauwe kreet.
Egretta 2 soorten
Nycticorax 1 soort
Butorides 1 soort
Ardeola 1 soort
Ardea 4 soorten
-

Grote zilverreiger
Ardea alba
Riet- en zeggemoeras
Oeverzone van binnenwateren
Natte graslanden
Stilstaand water
Akkers en moestuinen
-

Koereiger
Ardea ibis
Vochtige graslanden en hooiland
Boomweide en dehesa
Akkers en moestuinen
Vuilstort
Riet- en zeggemoeras
-

Purperreiger
Ardea purpurea
Riet- en zeggemoeras
Oeverzone van binnenwateren
Oever- en moerasstruweel
Akkers en moestuinen
-

Blauwe reiger
Ardea cinerea
Stilstaand water
Stromend water
Oeverzone van binnenwateren
Natte graslanden
Tuinen en parken
Dwaalgasten 2 soorten
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.
-

Geelkruinkwak
Nyctanassa violacea
Wad en slik in de getijdenzone
Rotskust in de getijdenzone
Oeverzone van binnenwateren
Oever- en moerasstruweel
Stilstaand water
-

Groene reiger
Butorides virescens
Oeverzone van binnenwateren
Oever- en moerasstruweel
Stilstaand water
Wad en slik in de getijdenzone
Aangelegde wateren








