Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen

Nachtzwaluwachtigen | Caprimulgiformes

Nightjars | Chotacabras

Nachtvogels die hun voedsel — vliegende insecten — in de schemering en het donker uit de lucht halen. De snavel is klein maar opent tot een zeer wijde bek, omgeven door stugge borstelveren; de ogen zijn groot en hebben achter het netvlies een spiegelende laag, die het weinige licht een tweede keer door de zintuigcellen stuurt en 's nachts in een lampstraal oranjerood oplicht. Het verenkleed is zacht en los, getekend als schors en dood blad, waardoor de vlucht vrijwel geluidloos is en de vogel overdag onopgemerkt in de lengte op een tak of op de grond zit. De poten zijn klein en zwak en nauwelijks geschikt om mee te lopen; er wordt geen nest gebouwd, de eieren liggen op de kale bodem en de donsjongen kunnen al kort na het uitkomen een eindje opzij kruipen.

Families in deze orde

  • Nachtzwaluwen | Caprimulgidae4 soortenLange, spitse vleugels en een lange staart geven een lichte, zwevende vlucht waarmee laag over open terrein en langs bosranden op insecten wordt gejaagd. De nagel van de middelste teen is aan één zijde uitgegroeid tot een kammetje met fijne tanden, waarmee de vogel kop en snavelborstels verzorgt. De zang is een langgerekt, mechanisch snorrend geluid vanaf een tak; in de baltsvlucht toont het mannetje witte vlekken op de vleugelpunt en in de staarthoeken en klapt hij de vleugels boven de rug tegen elkaar. Twee eieren worden zonder nest op het strooisel gelegd; het jagen lukt het best bij maanlicht, en het broeden valt zo dat de jongen in de lichte helft van de maanmaand worden grootgebracht.