Alle soorten › Hoppen en neushoornvogels

Hoppen en neushoornvogels | Bucerotiformes

Hoopoes and hornbills | Abubillas y cálaos

Een orde die vooral op moleculaire gegevens bij elkaar staat: de families die er deel van uitmaken — hoppen, kakelaars en neushoornvogels — lijken uiterlijk weinig op elkaar en lopen enorm uiteen in formaat. Wat ze wel delen is een lange, naar beneden gebogen snavel die als een pincet werkt en niet als een klem, korte poten, en brede afgeronde vleugels die een fladderende, weinig gestroomlijnde vlucht geven. Alle soorten broeden in een holte in een boom, een rotsspleet of een muur, die niet of nauwelijks wordt bekleed. Prooien en vruchten worden stuk voor stuk in de snavelpunt naar het nest gedragen in plaats van uitgebraakt, en de jongen komen naakt en hulpeloos uit het ei.

Families in deze orde

  • Hoppen | Upupidae1 soortEen lange, dunne, licht gebogen snavel die tot aan de basis in de grond wordt gestoken; de vogel kan de snavelhelften ook ónder de grond uit elkaar duwen om een engerling of veenmol te grijpen, en werkt daarbij mee met krachtige poten met korte nagels. De kuif is een rij zwartgepunte veren die als een waaier overeind kan worden gezet en verder plat op de kop ligt. De brede, ronde vleugels zijn opvallend zwart-wit gebandeerd en geven een golvende, fladderende vlucht die eerder aan een grote vlinder doet denken dan aan een vogel. Er wordt gebroed in een onbeklede holte; het broedende vrouwtje en de jongen scheiden uit de stuitklier een stinkende, naar rottend vlees riekende vloeistof af, en de jongen spuiten bovendien hun ontlasting naar een indringer.