Alle soortenSteltloperachtigen › Strandlopers en snippen

Strandlopers en snippen | Scolopacidae

Sandpipers and snipes | Correlimos y agachadizas

De snavel is niet alleen lang en gevoelig, maar ook beweeglijk: van de bovensnavel kan alleen de punt worden opgelicht, zodat de vogel een worm diep in de modder kan grijpen zonder zijn snavel over de hele lengte te openen. Lengte en kromming verschillen sterk per soort, waardoor vogels die naast elkaar op hetzelfde wad foerageren elk een andere diepte en een ander prooidier bereiken. Het verenkleed is grijsbruin en fijn getekend en verandert twee keer per jaar ingrijpend: een opvallend broedkleed en een onopvallend winterkleed. Vier peervormige eieren in een kuiltje, jongen die vanaf de eerste dag hun eigen kost zoeken, en buiten de broedtijd grote zwermen die gelijktijdig draaien boven de getijdenplaten.

Inheemse soorten 30 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Wulpen | Numeniinae

3 soorten

Grote, hoogbenige steltlopers met een lange, gelijkmatig naar beneden gebogen snavel — het duidelijkste verschil met de rechte snavel van de grutto's. Die kromme snavel volgt de bocht van een wormgang of een krabbenhol en haalt er prooi uit die voor kortere snavels onbereikbaar is; vrouwtjes hebben een langere snavel dan mannetjes en foerageren daardoor net iets dieper. Het verenkleed blijft het hele jaar gestreept bruin en zandkleurig, zonder het opvallende zomerkleed dat veel andere steltlopers aannemen; wat je in het veld ziet is vooral silhouet, snavellengte en de rug- of stuittekening in de vlucht. Op het broedterrein — hoogveen, heide, vochtig grasland — klimt de vogel in een zwevende baltsvlucht omhoog en laat een langgerekte, borrelende roep horen. Buiten de broedtijd zijn het vogels van slik en kwelder.

Numenius 3 soorten

Grutto's | Limosinae

2 soorten

Hoge, langgerekte steltlopers met een zeer lange, rechte of licht opgewipte snavel en lange poten die ver achter de staart uit steken in de vlucht. Waar de wulpen hun gebogen snavel in bochtige gangen wringen, boren deze vogels loodrecht en tot aan de ogen in zachte modder, vaak buikdiep in het water wadend. Het verschil met de wulpen zit ook in het kleed: in de zomer kleuren hals en borst warm roodbruin, terwijl de vogels in de winter effen grijsbruin zijn, zodat dezelfde soort er in mei en in november heel anders uitziet. In de vlucht zijn de tekening van vleugel en staart en de manier waarop de poten slepen de beste kenmerken. Ze broeden in vochtig grasland en op toendra, met een luidruchtige, roepende baltsvlucht boven het terrein.

Limosa 2 soorten

Strandlopers en steenlopers | Arenariinae

10 soorten

De kleine tot middelgrote steltlopers van slik en vloedlijn: gedrongen, kortbenig en met een snavel die per soort verschilt van kort en recht tot lang en licht gebogen, zodat vogels die naast elkaar foerageren elk een andere laag van het wad afzoeken. Het meeste voedsel wordt lopend gezocht, met snelle naaimachine-achtige prikjes in de natte bodem; de steenloper wringt met zijn korte, wigvormige snavel wier, schelpen en kiezels opzij om te zien wat eronder zit. Ze leven veel meer in groepen dan de snippen: dichte zwermen die als één lichaam draaien en dan afwisselend licht en donker oplichten. In de winter zijn ze onopvallend grijs, in de zomer vaak roodbruin of zwart getekend, en de meeste broeden op de toendra ver in het noorden.

Arenaria 1 soort

Calidris 9 soorten

Snippen | Scolopacinae

5 soorten

Kortbenige, gedrongen steltlopers met een lange, rechte snavel en een verenkleed van bruin, zwart en okergeel dat precies de tekening van dood blad en oude riethalmen nabootst. De ogen staan hoog en ver naar achteren in de kop, zodat de vogel ook rondom kan kijken terwijl hij met de snavel in de modder staat te sonderen. Anders dan de strandlopers leven ze alleen en verborgen, in moeras, natte bosbodem en veen; ze drukken zich plat en vliegen pas op als je er bijna op stapt, om dan in een schokkerige zigzag tussen de takken te verdwijnen. De balts speelt zich in de schemering af: een lage, dwalende vlucht boven het bos of een duikvlucht waarbij de buitenste staartpennen een blatend geluid maken.

Lymnocryptes 1 soort

Scolopax 1 soort

Gallinago 3 soorten

Ruiters en franjepoten | Tringinae

10 soorten

Slanke, hoogbenige steltlopers met een rechte of licht opgewipte, betrekkelijk dunne snavel. Ze staan in ondiep water in plaats van op droogvallend slik en jagen actief: ze waden, pikken van het oppervlak en rennen soms met open snavel achter visjes aan, waar de strandlopers stug staan te sonderen. In de vlucht is de witte stuit of wig op de rug vaak het beste kenmerk, en ze roepen luid en helder bij het opvliegen — meestal alleen of in losse groepjes, niet in dichte zwermen. Ze broeden in moeras, veen en bos, sommige zelfs in een oud nest in een boom. De franjepoten zwemmen: met vliezige zomen aan de tenen tollen ze rond om voedsel omhoog te wervelen, en het vrouwtje is het felst gekleurd terwijl het mannetje broedt.

Xenus 1 soort

Actitis 1 soort

Phalaropus 2 soorten

Tringa 6 soorten

Dwaalgasten 19 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.