Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Wulp

Wulp | Numenius arquata

Eurasian curlew | Zarapito real

De wulp is de grootste steltloper van Europa, met een lange gebogen snavel en een klagende, ver dragende roep. Hij verbindt twee werelden: hoogveen en vochtig grasland in het broedseizoen, uitgestrekte wadplaten in de winter.

Wulp (Numenius arquata)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De naam zit in de roep: een klagend, ver dragend koer-liuw. In het broedgebied brengt het mannetje een zangvlucht met een aanzwellende, bubbelende triller die overgaat in een lang, jubelend rollen.

Luister: ZangXC466469

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Grote, gedrongen tot slanke steltloper met egaal bruingestreept verenkleed en een zeer lange, gelijkmatig gebogen snavel — bij vrouwtjes duidelijk langer dan bij mannetjes. In vlucht valt de witte wig op de rug op, samen met de trage, statige vleugelslag.

Verwarrings­soorten

Regenwulp: kleiner, kortere en abrupter geknikte snavel, duidelijke lichte kopstrepen met donkere zijkruinstrepen, en een totaal andere roep (een snel, gelijkmatig ti-ti-ti-ti-ti-ti-ti). Rosse grutto heeft een licht opgewipte snavel en een compactere bouw.

Leefgebied

Broedt op hoogveen, natte heide, duinvalleien en kruidenrijk, vochtig grasland met een hoge grondwaterstand. Buiten de broedtijd op wadplaten, slikken en kwelders, met slaapplaatsen op hoogwatervluchtplaatsen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van West-Europa tot Siberië. Nederland is internationaal vooral belangrijk als overwinteringsgebied: de Waddenzee en de Zuidwestelijke Delta herbergen in de winter grote aantallen vogels uit Scandinavië en Rusland. Ook op het Iberisch Schiereiland is de soort een vaste wintergast, langs de Atlantische estuaria en in de kustmoerassen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Voor de zangvlucht: maart en april, rond zonsopgang boven vochtige graslanden en hoogveen. Voor grote aantallen: de Waddenzee bij opkomend tij, wanneer de vogels naar een hoogwatervluchtplaats worden gestuwd — twee uur voor hoogwater op een goede telpost is ideaal.

Staat van instandhouding

Wereldwijd Gevoelig (IUCN: Near Threatened) en in Nederland een van de meest zorgwekkende weidevogels. Vervroegd en frequenter maaien, ontwatering, schaalvergroting en hoge predatiedruk zorgen ervoor dat te weinig jongen vliegvlug worden; beschermingsmaatregelen richten zich op uitgestelde maaidata en hoger waterpeil.

Wetenschappelijke naam

Numenius arquata | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Scolopax arquata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Numenius werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Numenius is Grieks, van neos 'nieuw' en mēnē 'maan', naar de snavel die aan een wassende maan doet denken; noumēnios is bij Hesychius de naam van een vogel. arquata is de middeleeuws-Latijnse naam van deze vogel, van arcuatus 'boogvormig', opnieuw naar de gebogen snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.