Alle soorten › Eendachtigen

Eendachtigen | Anseriformes

Waterfowl | Anseriformes

Watervogels met een brede snavel die met een weke, van zenuwuiteinden voorziene huid is overtrokken en aan de punt een hardere nagel draagt; langs de randen staan rijen hoornen lamellen die samen met de vlezige, van weerhaakjes voorziene tong het voedsel zeven of afsnijden. De drie voortenen zijn door zwemvliezen verbonden en de korte poten staan ver naar achteren, wat het lopen wiegend maakt; het verenkleed is dicht, met een laag dons eronder, en wordt waterdicht gehouden met vet uit een grote stuitklier. Eens per jaar worden alle slagpennen tegelijk afgeworpen, zodat de vogels drie tot zes weken niet kunnen vliegen en die tijd op veilig open water doorbrengen. De jongen komen in dons en met open ogen uit het ei, verlaten het nest binnen een dag en zoeken van meet af aan zelf hun voedsel; anders dan bij de meeste vogelgroepen heeft het mannetje een inwendig paringsorgaan.

Families in deze orde

  • Eenden, ganzen en zwanen | Anatidae62 soortenDe hals is lang en beweeglijk, en juist de lengte ervan bepaalt hoe de vogel bij zijn voedsel komt: grazend op het land, zevend aan het wateroppervlak, grondelend met de staart omhoog of duikend naar de bodem. De vleugels zijn klein ten opzichte van het gewicht, zodat het vliegen snel en met onafgebroken slag gaat en zweven niet voorkomt; opstijgen vraagt een aanloop over het water of een sprong recht omhoog. Het nest is een kuil, een holte of een hoop plantaardig materiaal, gevoerd met dons dat het vrouwtje uit haar eigen borst plukt en waarmee zij de eieren afdekt zodra ze het nest verlaat; het legsel is groot en eenkleurig zonder vlekken, en op enkele uitzonderingen na broedt zij alleen. De stem komt bij het mannetje uit een benige, meestal asymmetrische verwijding onder aan de luchtpijp, en veel mannetjes verwisselen hun opvallende kleed na de broedtijd voor enkele weken voor een onopvallend eclipskleed.