Alle soorten › Zandhoenderachtigen
Zandhoenderachtigen | Pterocliformes
Sandgrouse | Gangas
Compacte vogels van droge, open en boomloze landschappen: kleine kop, korte hals, gedrongen romp en zeer lange, spitse vleugels die een snelle, rechtlijnige vlucht mogelijk maken. Het dichte verenkleed is fijn getekend in zand-, oker- en grijstinten en bedekt ook de kale banen die de meeste vogels tussen hun veervelden hebben, wat helpt tegen zowel de middaghitte als de nachtkou; de poten zijn tot op de tenen bevederd of ten minste aan de voorzijde. Ze leven vrijwel uitsluitend van kleine, droge zaden die ze van de grond oprapen, en moeten daardoor elke dag drinken. Daarvoor verzamelen ze zich op vaste tijden in troepen bij een waterplek, kort na zonsopgang of tegen de avond, soms tientallen kilometers van hun voedselgebied.
Families in deze orde
- Zandhoenders | Pteroclidae5 soortenHet opvallendste kenmerk zit in de buikveren van het mannetje: de baardjes daarvan rollen bij bevochtiging op en houden water vast als een spons. Hij weekt zijn onderzijde bij de drinkplaats, vliegt terug en de jongen strippen het water met hun snavel uit zijn veren — nergens anders in de vogelwereld gebeurt dat zo. Het nest is niet meer dan een onbeklede, ondiepe kuil met meestal drie langwerpige eieren die aan beide einden even stomp zijn; man en vrouw broeden om beurten, waarbij het mannetje de nacht voor zijn rekening neemt. De donsjongen verlaten de kuil binnen een dag en pikken hun zaden vanaf het begin zelf op; alleen het water wordt hun aangedragen.