Alle soortenSteltloperachtigen › Meeuwen en sterns

Meeuwen en sterns | Laridae

Gulls and terns | Gaviotas y charranes

Drie volledig door zwemvlies verbonden voortenen en een kleine, hoog geplaatste achterteen: deze vogels kunnen op het water rusten, en dankzij zoutklieren boven de ogen ook zeewater drinken. Binnen de familie staan twee bouwvormen naast elkaar: zwaardere vogels met een stevige, aan de punt licht gehaakte snavel, die vrijwel alles eten wat ze te pakken krijgen, en slankere vogels met een dunne, spitse snavel die ze biddend omlaag gericht houden om zich daarna in het water te laten vallen. Ze broeden vrijwel altijd in kolonies op de grond, met één tot drie gevlekte eieren; de donzige jongen blijven bij het nest en worden door beide ouders gevoerd, anders dan de zelf foeragerende jongen van de steltlopers. De meeste soorten ruien twee keer per jaar en hebben in de winter een andere koptekening; bij de grootste soorten duurt het twee tot vier jaar voordat het volwassen kleed compleet is.

Inheemse soorten 35 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Meeuwen | Larinae

18 soorten

Zwaar gebouwde vogels met brede, aan de punt afgeronde vleugels en een stevige snavel die vooraan licht naar beneden haakt: geen priem om mee te steken, maar een tang waarmee bijna alles te verwerken is — een krab, een vis, afval, een ei of een jong. Op hun vrij lange poten lopen ze gemakkelijk en op het water zitten ze hoog, zodat je ze net zo goed op een akker aantreft als op zee. Waar sterns zich van hoogte laten vallen, pikt een meeuw zwemmend van het oppervlak of jaagt hij een andere vogel zijn vangst afhandig. Veel soorten dragen in de zomer een donkere kap die in de winter tot een vlekje achter het oog krimpt; de grootste hebben jaren bruingevlekt jeugdkleed nodig voordat het grijs met wit compleet is.

Hydrocoloeus 1 soort

Rissa 1 soort

Xema 1 soort

Pagophila 1 soort

Chroicocephalus 2 soorten

Ichthyaetus 3 soorten

Larus 9 soorten

Sterns | Sterninae

12 soorten

Slanke, lichte vogels met lange, smalle vleugels en meestal een gevorkte staart, waarmee ze veerkrachtig en wippend vliegen — heel anders dan het rustige zeilen van de meeuwen. De snavel is dun en recht en loopt uit in een naald; de poten zijn kort, zodat ze op het strand kortbenig staan te rusten maar er nauwelijks op rondlopen. Kenmerkend is de jachtwijze: biddend blijven ze met de snavel omlaag boven het water hangen en storten zich dan met gevouwen vleugels naar beneden. De soorten van moeras en plas duiken niet, maar plukken insecten van de waterspiegel. Vrijwel allemaal dragen ze in de broedtijd een zwarte kap die in de winter tot een wit voorhoofd verbleekt. Ze broeden in kolonies op zand, schelpenbanken of drijvende planten, en trekken ver.

Onychoprion 2 soorten

Sternula 1 soort

Hydroprogne 1 soort

Gelochelidon 1 soort

Chlidonias 3 soorten

Thalasseus 1 soort

Sterna 3 soorten

Thalasseus 2 soorten

Sterna 1 soort

Ichthyaetus 2 soorten

Dwaalgasten 7 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.