Alle soortenSteltloperachtigenMeeuwen en sterns › Visdief

Visdief | Sterna hirundo

Common tern | Charrán común

De visdief is de stern die je overal kunt tegenkomen, van zandplaat tot zandwinplas, biddend en met een klap duikend achter spiering aan. Juist die vertrouwdheid maakt hem tot de ijkvogel voor alle andere sterns.

Visdief (Sterna hirundo)
Hoofdfoto · Foto: Alexis Lours — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Doordringend en scherp. De contactroep is een omlaag glijdend krieee-arr, bij opwinding versneld tot een ratelend kik-kik-kik boven de kolonie. Te horen van eind april tot in augustus; buiten de broedtijd meestal zwijgzaam boven zee.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Mdf — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Slank, met lange smalle vleugels en diep gevorkte staart waarvan de pennen in rust net tot de vleugelpunt reiken. Zomerkleed: zwarte kap, oranjerode snavel met zwarte punt, korte rode poten, lichtgrijs lichaam. In vlucht een donkere wig op de buitenste handpennen van boven; van onder zijn alleen de binnenste handpennen doorschijnend.

Verwarrings­soorten

Noordse stern: bloedrode snavel zonder zwarte punt, opvallend korte poten, langere staartpennen en van onderen een egaal doorschijnende hand met scherpe, smalle donkere achterrand. Grote stern is groter en bleker met gele snavelpunt en ruige kuif. Dwergstern is veel kleiner met witte kop en gele snavel.

Leefgebied

Ondiep, helder water met vlakbij een kale, veilige broedplaats: schelpenbanken, kwelderranden en eilandjes in inlagen, maar net zo goed drijvende vlotten en grindeilandjes in zandwinplassen, havens en industriewater. Waar het water troebel wordt of de begroeiing dichtgroeit, verdwijnt de kolonie binnen enkele jaren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt door heel Europa, van de Baltische kust tot in Iberië. Nederland is een bolwerk met kolonies in de Delta, de Waddenzee en langs het IJsselmeer, vaak op aangelegde eilanden. In Spanje vooral in de Ebrodelta, de marismas van het Guadalquivir, de Cádiz-zoutpannen en de Galicische kust; alle vogels trekken naar West-Afrika.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Mei en juni bij een kolonie, op afstand vanaf een dijk of scherm. Kijk naar vogels die met een spiering in de snavel aan komen vliegen: dan zie je snavelkleur, pootlengte en staartpennen in één beeld. Doortrek langs de kust piekt in augustus.

Staat van instandhouding

Talrijk maar kwetsbaar, omdat de soort volledig afhankelijk is van beheerde broedeilanden. Overstroming bij storm, predatie door vossen en meeuwen, verstoring op stranden en het wegvallen van kleine vis vlak bij de kolonie bepalen het broedsucces van jaar tot jaar.

Wetenschappelijke naam

Sterna hirundo | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sterna voerde hij in datzelfde werk in. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, dat voorkomt in het gedicht The Seafarer; de Friezen gebruikten een verwant woord voor sterns. hirundo is Latijn voor 'zwaluw', naar de gevorkte staart en de lichte bouw die de stern met die vogel gemeen heeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.