Alle soorten › Steltloperachtigen › Jagers
Jagers | Stercorariidae
Skuas | Págalos
Meeuwachtig van vorm, maar met een zwaardere borst, een sterk gehaakte snavel die uit afzonderlijke hoornplaten bestaat met een washuid over de basis, en scherpe, gekromde nagels aan de zwempoten; vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Het verenkleed is bruin of grijsbruin, bij verschillende soorten met een lichte en een donkere kleurvorm naast elkaar, en aan de basis van de handpennen zit een witte vlek die in de vlucht oplicht. Ze leven grotendeels van wat andere zeevogels vangen: in lange achtervolgingsvluchten dwingen ze meeuwen en sterns hun prooi los te laten, en daarnaast eten ze eieren, jongen en aas. Ze broeden op open toendra en heide, leggen twee eieren in een kuiltje en verdedigen dat met stootduiken; de rest van het jaar brengen ze op zee door.
Inheemse soorten 4 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.







