Alle soorten › Zangvogels › Graszangers
Graszangers | Cisticolidae
Cisticolas | Buitrones
Kleine zangers van gras, moeras en laag struweel, meestal warmbruin en op de bovendelen gestreept, met korte ronde vleugels en een trapsgewijze staart die vaak omhoog wordt gehouden en in het broedkleed korter is dan in de winter. Kenmerkend is het nest: levende grasbladen of blaadjes worden met spinrag en rupsenzijde aaneen gehecht tot een verborgen peertje, dat blijft meegroeien met de plant waarin het hangt. De zang is eenvoudig en eindeloos herhaald, meestal voorgedragen in een golvende baltsvlucht over het territorium, want zangposten zijn er in dit terrein niet. Het zwaartepunt van de familie ligt in Afrika; in Europa reikt maar een enkele soort tot de kust van de Middellandse Zee en noordelijker.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Prinia 1 soort








