Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Siberische strandloper
Siberische strandloper | Calidris acuminata
Sharp-tailed sandpiper | Correlimos acuminado
De Aziatische tegenhanger van de gestreepte strandloper, en de vogel waarvoor je elke gestreepte strandloper nog eens narekent. Nederland heeft negen aanvaarde gevallen, verspreid over 1989 tot 2017 en alle in de tweede helft van de zomer of in de vroege herfst; Groot-Brittannië telt de meeste West-Europese gevallen, en ongewoon voor zo'n verre dwaalgast zijn de meeste daarvan adulte vogels in plaats van juvenielen. Spanje heeft geen enkel aanvaard geval, en blijft daarmee een soort die je er eerder zoekt dan vindt.
Geluid
Zachter en muzikaler dan de gestreepte strandloper: een licht, twetterend wiep of trit-trit, vaak in een korte reeks en met een blij, kwikstaartachtig timbre. Waar de gestreepte strandloper een lage, droge krrrt laat horen, klinkt deze soort helder en hoger. Bij een vogel die alleen in vlucht wordt gezien is dat het snelste onderscheid, mits je beide geluiden kent.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer even groot als een gestreepte strandloper, maar iets compacter en korter gesnaveld, met een korte, rechte en aan de punt stompe snavel met lichte basis en met geelgroene poten. De kruin is warm oranjebruin en fijn zwart gestreept en steekt scherp af tegen een brede, opvallend witte wenkbrauw; een duidelijke witte oogring maakt het gezicht open en vriendelijk. De borst draagt een vage, beige tot oranjebeige waas met streping die geleidelijk vervaagt en als V-tekens en pijlpunten over de flanken doorloopt, zonder scherpe grens. Juvenielen hebben een egaal oranjebeige borst met streping alleen aan de zijkanten, roodbruine schouderveerzomen en witte mantelstrepen. De middelste staartpennen lopen spits toe, wat de soortnaam verklaart maar in het veld zelden helpt.
Verwarringssoorten
Alles draait om de gestreepte strandloper. Daar houdt de dichte borststreping abrupt en horizontaal op tegen wit; hier vervaagt de tekening en zakt ze op de flanken. Het tweede kenmerk is de kop: warm oranjebruine kruin, brede witte wenkbrauw en een opvallende witte oogring tegenover de grijsbruine, fijn gestreepte kruin en de kortere, doffere wenkbrauw van de gestreepte strandloper. Bij juvenielen is het onderscheid het grootst, want de juveniele siberische strandloper heeft een warme, vrijwel ongestreepte oranjebeige borst waar de juveniele gestreepte strandloper de volle bef houdt. Snavel en poten helpen weinig: beide hebben een lichte snavelbasis en gele tot geelgroene poten, al is de snavel hier korter, rechter en stomper en de hals iets korter. Tegenover bairds strandloper en bonapartes strandloper is deze vogel groter, forser en geelpotig, en mist hij hun ver voorbij de staart stekende vleugelpunt; de stuit is donker in het midden met witte zijden, dus zonder het witte vlak van bonapartes. Bonte strandloper is kleiner, zwartpotig en langer gesnaveld, krombekstrandloper slanker met een gelijkmatig gebogen snavel en een breed wit stuitvlak. Een jonge kemphaan is groter, schubbiger op de rug en heeft een kleinere kop op een langere hals.
Leefgebied
Dezelfde plekken als de gestreepte strandloper, en daar zit precies het probleem: drassig grasland, ondergelopen weilandhoeken, begroeide slikranden van inlaagjes en karrenvelden, en drooggevallen oevers van spaarbekkens. Anders dan de gestreepte strandloper laat deze soort zich ook geregeld op de rand van kwelders en op zilte slikken zien. Broedt op vochtige toendra met zeggen en dwergberk in Noordoost-Siberië tussen de Lena en de Kolyma, en overwintert in Australië en Nieuw-Zeeland.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Vrijwel de hele wereldpopulatie trekt naar Australazië; adulte vogels vliegen rechtstreeks, terwijl veel juvenielen eerst een omweg over Alaska maken. Europese gevallen zijn daardoor zeldzaam en vallen, anders dan bij de Amerikaanse soorten, opvallend vaak op volwassen vogels. In elf Europese landen zijn waarnemingen gedaan, met Groot-Brittannië ver voorop; Nederland heeft negen aanvaarde gevallen, van 1989 tot 2017, en Spanje geen enkel gehomologeerd geval, met één afgewezen waarneming na herbeoordeling van de criteria.
Hoe en wanneer kijken
Ga niet zoeken naar deze soort maar naar gestreepte strandlopers, en reken elke vogel na op kruin, oogring en flanktekening voordat je hem afvinkt. Augustus tot begin oktober is het venster, met drassig grasland, machair-plasjes en de landkant van inlaagjes als beste terrein, en Shetland en de Noordelijke Eilanden als productiefste streek. Een vogel die het gezicht van een goudplevier lijkt te hebben, met warme kruin en witte oogring, verdient foto's van kop, borst en flank voordat hij opvliegt.
Staat van instandhouding
In 2021 op de Rode Lijst naar kwetsbaar gezet. De hele soort is afhankelijk van de Oost-Aziatische trekroute, en de inpoldering en vervuiling van de wadgebieden rond de Gele Zee heeft de tussenstops daar sterk uitgedund; tellingen in Australië laten een duidelijke afname zien. Ook op de Australische overwinteringsplaatsen verdwijnen ondiepe zoetwatermoerassen. Het is daarmee de enige van deze vier soorten met een echt zorgelijke status.
Wetenschappelijke naam
Calidris acuminata | (Horsfield, 1821)
Horsfield beschreef de soort in 1821 als Totanus acuminatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. acuminata is Latijn voor 'spits toelopend', naar de scherp gepunte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Java.



