Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Steenloper
Steenloper | Arenaria interpres
Ruddy turnstone | Vuelvepiedras común
Een gedrongen, kortpotige steltloper die met een wigvormige snavel stenen, schelpen en wier omkeert op zoek naar wat eronder zit. Op basaltdijken en havenhoofden laat hij zich vaak tot op enkele meters benaderen.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een hard, ratelend en staccato tuk-a-tuk-tuk, laag van toon en meestal in korte salvo's afgevuurd bij het opvliegen. Bij onraad klinkt een scherp, metaalachtig tjek. Het hele winterhalfjaar te horen, en juist omdat de vogels zo laag over de dijk scheren is de roep vaak eerder waarneembaar dan de vogel.
Opname: Sonothèque ADVL — CC0 · xeno-canto
Herkenning
Kort en gedrongen, met een korte, spits toelopende zwarte snavel en oranje poten. In broedkleed een harlekijnpatroon van roestbruin, zwart en wit op de bovendelen en een zwart-wit getekende kop met een brede zwarte borstband. In winterkleed vervangt donker olijfbruin het roest en blijft de borstband dof en diffuus. In vlucht is hij niet te missen: witte vleugelstreep, witte rugstreep, witte schoudervlekken en een witte stuit met zwarte staartband.
Verwarringssoorten
De paarse strandloper deelt de rotsen, het donkere winterkleed en de gelige poten, maar is langer en dunner gesnaveld met een oranje snavelbasis en oogt egaal leigrijs, zonder de scherp afgezette witte keel en de donkere borstband. In vlucht beslist het patroon meteen: de paarse strandloper toont slechts een smalle vleugelstreep, de steenloper een bont wit rug-, schouder- en stuitpatroon.
Leefgebied
Rotskusten, strandhoofden, pieren, havenkades, mosselbanken en met wier bedekte vloedlijnen. Hij wroet met de wigvormige snavel onder stenen, schelpen en aangespoeld zeewier en werkt daarbij systematisch een strook af. In Nederland zijn basaltdijken, sluizen en havenhoofden zijn favoriete terrein; zandstranden bezoekt hij alleen waar aanspoelsel ligt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt op de arctische toendra en rotskusten van Groenland, Spitsbergen, Scandinavië en Siberië, en dus niet in Nederland. Overwintert langs vrijwel alle rotsige kusten van Europa en Afrika. In Nederland is hij een trouwe wintergast van de Waddendijken, de Deltawerken en de havens; in Iberië zit hij op de Cantabrische rotskust en langs de Galicische ría's.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Loop in oktober of januari een basaltdijk of havenhoofd af, het liefst rond laagwater als de stenen droogvallen. De vogels zijn opvallend weinig schuw en laten je vaak tot dichtbij komen. Zoek naar beweging: een steenloper verraadt zich door het omkeren van schelpen en wier, niet door zijn silhouet, dat volledig opgaat in de stenen.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie neemt af en de soort staat inmiddels als gevoelig te boek. In het broedgebied verandert de toendra snel, terwijl langs de trekroute foerageergebied verdwijnt door kustverdediging, verstoring en schelpdiervisserij. In Nederland lijkt de winterpopulatie redelijk stabiel, mede doordat harde dijken en havenhoofden hem juist geschikte plekken bieden.
Wetenschappelijke naam
Arenaria interpres | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa interpres; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arenaria werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Arenaria komt van Latijn arenarius 'in het zand levend', van arena 'zand'. interpres is Latijn voor 'boodschapper' of 'tolk': Linnaeus hoorde op Gotland het Zweedse tolk voor deze vogel, maar in het plaatselijke dialect betekent dat woord 'poten' en slaat het op de tureluur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gotland in Zweden.




