Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Poelsnip

Poelsnip | Gallinago media

Great snipe | Agachadiza real

De poelsnip is de enige snip van Europa met een baltsplaats. Vanaf eind mei verzamelen mannetjes zich in de schemering op een vaste arena in het moeras en zingen daar het grootste deel van de nacht door, terwijl vrouwtjes langs de rand lopen en kiezen.

Poelsnip (Gallinago media)
Foto: christoph_moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de baltsplaats bijna zwijgzaam: een opvliegende vogel laat hoogstens een lage, korte èèch horen, veel zachter dan het scheurende geluid van de watersnip. Op de lek zingt het mannetje een lange, strak geritmeerde reeks die begint met een zacht klikkend bib-bib-bib, versnelt tot een borrelend, ratelend getjilp en overgaat in een ijl, hoog gefluit dat met een droge snavelklap wordt afgesloten. Het geheel klinkt mechanisch, als een opwindspeeltje of als tinkelend ijs in een glas, en draagt bij windstil weer ruim driehonderd meter. Er is geen baltsvlucht en dus ook geen blatend geluid met de staartpennen: alles gebeurt staand op de grond.

Luister: ZangXC994704

Opname: Robert Petersen — CC BY-SA 4.0 · xeno-canto

Herkenning

Forser en compacter dan de watersnip, maar met een merkbaar kortere snavel, ongeveer anderhalf maal de koplengte. De onderdelen zijn tot ver op de buik zwaar dwarsgebandeerd, zodat de vogel van onderen donker oogt. Op de gesloten vleugel vallen drie rijen witte veertoppen over de dekveren op. In vlucht zijn de buitenste staartpennen grotendeels wit, wat de staart opvallende witte hoeken geeft, en is de ondervleugel dicht en donker gebandeerd.

Verwarrings­soorten

De watersnip is de vergelijking die telt. Let op de witte staarthoeken, die de watersnip mist; op de kortere en zwaardere snavel; op de bandering die bij de poelsnip over het hele buikmidden doorloopt terwijl de watersnip daar schoon wit blijft; en vooral op de opvlucht. De poelsnip komt traag en laag omhoog, vliegt recht weg zonder zigzag en valt binnen honderd meter weer in, meestal zwijgend of hooguit met een schor keelgeluid dat in het vleugelgeruis verdwijnt. De watersnip schiet krijsend en zigzaggend hoog weg.

Leefgebied

Broedt in zeggemoerassen, natte hooilanden en veenmoerassen in beekdalen en riviervlaktes, en in Scandinavië in de natte terreinen van de berkengordel in de bergen. De baltsplaatsen liggen op open, korte vegetatie met polletjes en worden jaar na jaar op vrijwel dezelfde vierkante meters gebruikt. Buiten de broedtijd juist in drogere terreinen dan de watersnip: stoppelvelden, ruige weiden, kustgraslanden en droogvallende moerasranden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Noorwegen en Zweden, Polen, de Baltische staten, Wit-Rusland, Oekraïne en Noordwest-Rusland tot aan de Jenisej. De hele populatie trekt naar de Sahel en Oost-Afrika, in non-stopvluchten van vier- tot zevenduizend kilometer die zestig tot negentig uur duren en waarbij vogels tot ver boven de achtduizend meter zijn gemeten. Buiten het broedgebied is hij in West-Europa een schaarse doortrekker, vooral in augustus en september; de meeste gevallen komen uit Groot-Brittannië, met een zwaartepunt op Shetland en Orkney, terwijl Nederland en Spanje maar een enkele keer per jaar een vogel opleveren.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Voor de lek ga je in de eerste helft van juni naar Ånnsjön in Zweeds Jämtland of naar de Biebrza in Polen. Sta een uur voor middernacht stil aan de rand van het moeras en blijf op het pad: het zingen begint als het bijna donker is en het geluid draagt ver genoeg om vanaf afstand te horen. Wie er in West-Europa een wil zien, loopt in september langzaam door ruige, droge kuststroken — de beste kansen liggen op Shetland en Orkney — en let op de zware, lage, zwijgende snip die vlak voor de voeten opgaat.

Staat van instandhouding

Gevoelig (IUCN: Near Threatened), met een afname van ruim twintig procent over drie generaties. In West-Europa is de soort als broedvogel al lang verdwenen door ontwatering van beekdalen en riviervlaktes. Verder oostwaarts drukken het verdwijnen van extensief gemaaide hooilanden, het dichtgroeien van berg- en beekdalgraslanden na het staken van beweiding, en jacht in Oost-Europa en in de Afrikaanse overwinteringsgebieden.

Wetenschappelijke naam

Gallinago media | (Latham, 1787)

Latham beschreef de soort in 1787 als Scolopax media; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinago werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinago is Neolatijn voor 'snip', gevormd uit het Latijnse gallina 'hen' en het achtervoegsel -ago 'gelijkend op'. media is Latijn voor 'middelste': de vogel houdt in grootte het midden tussen de houtsnip en de watersnip. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.