Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Virginiaanse boomkwartel

Virginiaanse boomkwartel | Colinus virginianus

Northern Bobwhite | Colín de Virginia

De Virginiaanse boomkwartel, op Cuba codorniz genoemd, is een kleine, gedrongen kwartel die in het gebied alleen op Cuba van nature voorkomt. Hoe de Cubaanse vogels er gekomen zijn, is niet zeker: ze gelden als inheems, maar mogelijk gaan ze terug op vogels die in vroeg-koloniale of nog eerdere tijd uit Mexico zijn meegebracht. Op de Bahama's en Hispaniola is de soort als jachtwild ingevoerd.

Virginiaanse boomkwartel (Colinus virginianus)
Foto: Brian Stansberry — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje roept een helder, fluitend bob-wait of bob-bob-wait, de laatste lettergreep hoog en luid. Groepjes houden contact met zachte, piepende roepjes.

Luister: ZangXC778483

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–28 cm, rond en kortstaartig. De bovendelen zijn roodbruin met grijze, zwarte en lichte vlekken. Het mannetje heeft een witte keel en een witte wenkbrauwstreep, beide zwart omzoomd; bij het vrouwtje zijn deze tekeningen geelbruin. De onderdelen zijn lichter, met zwarte schubben en roodbruine flankstrepen met witte randen. Vliegt bij verstoring explosief op, met snorrende vleugels, en valt na korte afstand weer in.

Verwarrings­soorten

Op Cuba en de Bahama's is er geen andere kwartel. De kuifbobwhite Colinus cristatus van Aruba en Curaçao heeft een spitse kuif en fijn wit gevlekte onderdelen; de twee komen nergens samen voor. Kwartelduiven zoals de blauwkopkwartelduif Starnoenas cyanocephala lopen ook over de grond, maar het zijn duiven, met een slanke kop en een andere tekening.

Leefgebied

Open land met lage begroeiing: savanne, weiland, akkerranden en braakland, struweel en open pijnbos. Leeft in groepjes op de grond, eet zaden en insecten en schuilt in dichte kruiden en struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Van nature op Cuba, met de Isla de la Juventud, als de ondersoort C. v. cubanensis. Ingevoerd en gevestigd op de Bahama's, waar hij op de noordelijke eilanden algemeen is, en op Hispaniola, waar hij schaars is. Ook naar Puerto Rico en de Turks- en Caicoseilanden overgebracht; van daar zijn tegenwoordig weinig waarnemingen en de status is onzeker. Buiten het gebied in het oosten en midden van de Verenigde Staten, Mexico en Guatemala.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba in grazig, open terrein met struiken en in open pijnbos, vroeg in de ochtend wanneer de mannetjes roepen. De vogels zelf worden meestal pas gezien als een groepje vlak voor de voeten opvliegt.

Staat van instandhouding

Gevoelig (Near Threatened), vanwege de sterke achteruitgang in Noord-Amerika door veranderingen in het landgebruik. Op Cuba wordt hij bejaagd; over de aantallen in het gebied is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Colinus virginianus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tetrao virginianus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colinus werd in 1820 ingevoerd door Goldfuss. Colinus gaat terug op het Nahuatl zōlin, 'kwartel'. virginianus betekent 'uit Virginia': de typevindplaats werd oorspronkelijk als 'Amerika' opgegeven en later tot die staat beperkt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia.