Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Geelkaakweidespreeuw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Geelkaakweidespreeuw | Sturnella neglecta
Western Meadowlark | Pradero occidental
De geelkaakweidespreeuw is een stevige, kortstaartige troepiaal van open grasland in het westen van Noord-Amerika. In het noorden van Mexico broedt hij plaatselijk; in de winter komen er vogels uit het noorden bij en trekt een deel tot in het midden van Mexico.
Geluid
De zang is een reeks van zeven tot tien rijke, fluitende en borrelende tonen, vaak aflopend in toonhoogte, meestal gezongen vanaf een paal, struik of draad. De roep is een laag, kort tsjuk; daarnaast een droge ratel.
Opname: Ed Pandolfino — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
21–26 cm. Gedrongen, met een lange, spitse snavel, een platte kop en een korte staart met witte buitenste pennen. Bovendelen bruin met zwarte en lichte streping en bandering, kop met een zwart-witte kruinstreep. Keel en borst geel met een zwarte V op de borst; het geel van de keel loopt door tot in de baardstreek onder de wang. Flanken wit met donkere vlekken. Vliegt met snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten. In de winter is de V minder scherp. De seksen zijn gelijk; het vrouwtje is iets kleiner.
Verwarringssoorten
De witkaakweidespreeuw Sturnella magna en Lilians weidespreeuw Sturnella lilianae zijn in het veld moeilijk te onderscheiden. Bij beide is de baardstreek onder de wang wit in plaats van geel, hebben de buitenste drie staartpennen meer wit en zijn de bovendelen donkerder (witkaakweidespreeuw) of juist bleker (Lilians weidespreeuw). Het betrouwbaarste kenmerk is het geluid: de geelkaakweidespreeuw zingt borrelend en fluitend en roept laag tsjuk, de beide andere soorten zingen heldere, gerekte fluittonen en roepen zoemend.
Leefgebied
Halfwoestijngrasland, prairie, open graslanden in het hoogland, weilanden, akkers en braakliggende velden met kort gras. Foerageert lopend op de grond op insecten en, in de winter, zaden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt van het zuidwesten van Canada door het westen en midden van de Verenigde Staten tot in het noorden van Mexico, onder meer in het noorden van Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila, Durango en Nuevo León. Overwintert van het zuiden van het broedgebied tot in het midden van Mexico, ongeveer tot Jalisco, Guanajuato en het noorden van Veracruz.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Waar meerdere weidespreeuwsoorten voorkomen, is luisteren de beste manier om ze te onderscheiden; ook in de winter is de lage tsjuk-roep van de geelkaakweidespreeuw goed te herkennen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en talrijk, maar in Noord-Amerika al decennia in aantal afgenomen door het verdwijnen van grasland en de omzetting in intensieve landbouw.
Wetenschappelijke naam
Sturnella neglecta | Audubon, 1844
Audubon beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sturnella werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Sturnella is een Latijns verkleinwoord van sturnus 'spreeuw': 'spreeuwtje'. neglecta is Latijn voor 'over het hoofd gezien': Audubon vond dat deze soort door eerdere reizigers ten onrechte voor de Oostelijke weidespreeuw was gehouden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Union aan de Missouri, North Dakota (VS).



