Alle soorten › Zangvogels › Manakins › Goudkraagmanakin

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Goudkraagmanakin | Manacus vitellinus

Golden-collared Manakin | Saltarín cuellidorado

De goudkraagmanakin is een kleine manakin van Panama, waar het mannetje met zijn goudgele keel en kraag op baltsplaatsen in de ondergroei te zien is. Groepjes mannetjes springen er tussen dunne stammetjes heen en weer en maken luide knallen met hun vleugels. In het gidsgebied komt hij alleen in Panama voor.

Goudkraagmanakin (Manacus vitellinus)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder tsjie-poe en korte, scherpe roepjes. Op de baltsplaats knallen de vleugels als knalvuurwerk en klinkt een snorrend geratel van de vleugels.

Luister: VluchtroepXC524391

Opname: David Monroy Rengifo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11 cm. Mannetje: kruin, rug en vleugels zwart; keel, wangen en een brede kraag rond de nek goudgeel, met lange keelveren die bij de balts als een baard worden opgezet. Stuit en buik olijfgroen. Poten oranje. Vrouwtje en jong olijfgroen, onderzijde iets geler, met oranje poten.

Verwarrings­soorten

De oranjekraagmanakin Manacus aurantiacus (Pacifische kant van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama) heeft een oranje kraag. De withalsmanakin Manacus candei (Caribische kant tot in het westen van Panama) heeft een witte kraag. In Bocas del Toro, waar goudkraag- en withalsmanakin elkaar raken, leven mengvormen met een geelachtige kraag. Vrouwtjes zijn alleen op grond van het verspreidingsgebied te onderscheiden.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, secundair bos, dichte struikgroei en bosjes langs beken, meestal beneden 1000 m. Eet vooral kleine vruchten en wat insecten. Mannetjes vegen kleine plekjes op de bosbodem schoon voor de balts.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Panama, aan beide kanten van het land van Bocas del Toro en Veraguas oostwaarts door de provincies Coclé, Colón en Panamá tot in Guna Yala en Darién. Buiten het gidsgebied in het noorden en westen van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) en elders in het Nationaal Park Soberanía bij het Panamakanaal. De knallen van de vleugels zijn vaak eerder te horen dan de vogels te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in Panama en goed bestand tegen secundair bos en bosranden.

Wetenschappelijke naam

Manacus vitellinus | (Gould, 1843)

Gould beschreef de soort in 1843 als Pipra vitellina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Manacus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Manacus is door Brisson gelatiniseerd uit het Nederlandse 'manakin' (van 'manneken'), de naam die deze vogeltjes in Suriname droegen. vitellinus is Latijn voor 'eidooiergeel', van vitellus 'eidooier', naar de goudgele kraag van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panama-Stad, Panama.