Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Grote araparkiet

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grote araparkiet | Rhynchopsitta terrisi

Maroon-fronted Parrot | Cotorra serrana oriental

De grote araparkiet is de oostelijke tegenhanger van de araparkiet: een grote, donkergroene papegaai met een zware zwarte snavel, die alleen voorkomt in de naaldbossen van de Sierra Madre Oriental in het noordoosten van Mexico. Hij broedt in kolonies in holtes in steile kalksteenwanden, wat voor een papegaai ongewoon is.

Grote araparkiet (Rhynchopsitta terrisi)
Foto: Adriana Nelly Correa Sandoval — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid, rauw en rollend krraa of karrr, in groepen tot een aanhoudend gekwetter; tussen de rotswanden ver te horen.

Luister: RoepXC858732

Opname: Leonardo Guzman Hernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–45 cm. Donkergroen met een lange, puntige staart en lange, puntige vleugels. Voorhoofd en een streep boven het oog zijn donker kastanjebruin; de buigplek van de vleugel en de dijen zijn donkerrood. De snavel is zwart en zwaar, de oogring kaal en geelachtig. De ondervleugel is grijs zonder gele band. Jonge vogels hebben een lichte snavel en minder rood. De seksen zijn gelijk. Vliegt snel en recht, vaak in groepen.

Verwarrings­soorten

De araparkiet Rhynchopsitta pachyrhyncha van de Sierra Madre Occidental is iets kleiner en lichter groen, heeft een rood voorhoofd en een gele band onder de vleugel; de verspreidingsgebieden overlappen niet. De soldatenara Ara militaris is veel groter, met een lange staart, een rood voorhoofd en een kaal, lichtroze gezicht. De groene aratinga Psittacara holochlorus is kleiner, geheel groen en heeft een lichte snavel.

Leefgebied

Naaldbos en pijn-eikenbos in het hooggebergte, met dennen, sparren en zilversparren, meestal tussen 1300 en 3500 m. Broedt in kolonies in holtes en spleten in hoge kalksteenkliffen en zoekt voedsel in de omliggende bossen. Eet vooral dennenzaad, daarnaast eikels, knoppen en nectar van agaven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in Mexico, in een smalle strook van de Sierra Madre Oriental in het zuidoosten van Coahuila, het midden en zuiden van Nuevo León en het zuidwesten van Tamaulipas. Broedt vooral in het noorden van dat gebied; buiten het broedseizoen zwerven groepen naar het zuiden en naar lagere hellingen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bergen ten zuiden en zuidwesten van Monterrey, onder meer in het nationaal park Cumbres de Monterrey, en bij Arteaga in Coahuila vliegen groepen in de vroege ochtend luid roepend tussen de kliffen en de bossen.

Staat van instandhouding

Bedreigd. Het gebied is klein en de populatie hangt af van een gering aantal broedkliffen. Bosbranden, kap, droogte en sterfte van dennen door schorskevers verminderen het voedsel. Een deel van de broedplaatsen is beschermd.

Wetenschappelijke naam

Rhynchopsitta terrisi | Moore, 1947

Moore beschreef de soort in 1947 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rhynchopsitta werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Rhynchopsitta is Grieks, van rhunkhos 'snavel' en psitta 'papegaai': 'snavelpapegaai', naar de zware snavel. terrisi eert de Amerikaanse bergbeklimmer en ontdekkingsreiziger Terris Moore (1908–1993), zoon van de beschrijver, ornitholoog Robert T. Moore. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Mexico (niet nader bepaald).