Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Halsbandplevier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Halsbandplevier | Anarhynchus collaris

Collared Plover | Chorlo de collar

De halsbandplevier is een kleine, tengere plevier met een smalle zwarte borstband en, anders dan de meeste verwante plevieren, zonder witte nekband. Hij leeft op zandstranden, slikken en de zand- en grindbanken van rivieren in het laagland, van het westen en zuiden van Mexico tot in Panama. Het gidsgebied vormt de noordgrens van een verspreiding die tot diep in Zuid-Amerika reikt.

Halsbandplevier (Anarhynchus collaris)
Foto: Cláudio Dias Timm from Rio Grande do Sul — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kort piek of kiet, soms in een snelle reeks; daarnaast een zacht tsjip.

Luister: VluchtroepXC1045148

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Klein en tenger, met een dunne zwarte snavel en vrij lange, geelachtige tot vleeskleurige poten. De bovendelen zijn zandbruin, de onderdelen wit. Volwassen vogels hebben een smalle, volledige zwarte borstband, een zwarte band over de voorkruin boven het witte voorhoofd en roestbruin op de achterkruin en achter het oog; een witte nekband ontbreekt. Bij jonge vogels ontbreken het zwart en het roestbruin vrijwel geheel en is de borstband vaak onvolledig. In de vlucht een smalle, vage witte vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse bontbekplevier Charadrius semipalmatus is gedrongener en donkerder, met een witte nekband, een kort snaveltje met oranje basis en oranje poten. De sneeuwplevier Anarhynchus nivosus is bleker, met een witte nekband, donkere poten en alleen vlekken opzij van de borst. De wilsons plevier Anarhynchus wilsonia is groter, met een veel zwaardere snavel en een brede borstband. Jonge halsbandplevieren met een onvolledige borstband lijken op sneeuwplevieren, maar missen de witte nekband en hebben lichte poten.

Leefgebied

Zandstranden, slikken en de randen van kustlagunes, en in het binnenland zand- en grindbanken langs rivieren; plaatselijk ook de kale oevers van meren en stuwmeren. Vooral in het laagland. Foerageert op kleine insecten en kreeftachtigen, vaak op droog zand boven de vloedlijn. Het nest is een kaal kuiltje op zand of grind.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico vooral langs de Pacifische helling, van Sinaloa en Nayarit tot Chiapas, met de meeste waarnemingen in Michoacán, Guerrero, Oaxaca en Colima, ook landinwaarts langs rivieren; aan de Golfkant plaatselijk in Veracruz en Tabasco. In Midden-Amerika langs de Pacifische kust van Guatemala tot Panama en langs grotere rivieren; aan de Caribische kant schaarser, in Belize en El Salvador zeldzaam. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika, zuidwaarts tot Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op droge zandbanken langs rivieren en op rustige stranden, meestal alleen of in paren; de vogel valt vooral op als hij in korte sprintjes over het zand rent en dan stokstijf blijft staan.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk en meestal in kleine aantallen; strandrecreatie en verstoring van rivieroevers kunnen broedplaatsen treffen.

Wetenschappelijke naam

Anarhynchus collaris | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Charadrius collaris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anarhynchus werd in 1832 ingevoerd door Quoy & Gaimard. Anarhynchus is Grieks, van ana- 'naar achteren, omgekeerd' en rhunkhos 'snavel', naar de zijwaarts gebogen snavel van de krombekplevier, de soort waarnaar het geslacht genoemd is. collaris is Latijn voor 'van de hals, met halsband', naar de zwarte borstband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.